2 augustus 2013
Vuurspuwer
Afgelopen weekeinde was ik in Duitsland, in de Pfalz, waar in het dorpje Neuhemsbach de tiende Grote Prijs in Grasmaaierraces werd verreden. Vraag me niet hoe ik er kwam, maar kijk binnenkort naar de foto's die op internet zullen verschijnen.
De leden van een van de teams waren niet alleen enthousiaste Rasentreckerfahrer, maar ook vuurfanaten. Jongleren, zwaaien en spuwen. Ze gaven een spectaculaire show op zaterdagavond. Erg mooi in het donker van de warme avond.
Door de natuurlijke belichting van het vuur kon ik nog redelijk scherp stellen op de vuurspuwers. Wat resulteerde in deze foto van Siggi.
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
Duitsland,
maaimachinerace,
Neuhemsbach,
organisatie Günther Braun,
Pfalz,
Rasentreckerrennen,
Siggi,
vuurspugen,
vuurspuwer
24 juli 2013
Disfarmer
(foto Mike Disfarmer)
Het dorpje Heber Springs, Arkansas, in het zuiden van de
Verenigde Staten heeft een bekende fotograaf voortgebracht. Al heeft hij dat
zelf in zijn tijd niet geweten. Mike Meyer, die zich later Disfarmer ging
noemen, werd pas bekend na zijn dood in 1959.
In de jaren twintig tot vijftig was hij fotograaf. Een
fotograaf van gewone mensen. Zijn portretten geven een prachtig beeld van
Amerika in de Roaring Twenties, de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog.
Jongens in hun uniform, met hun liefje op de foto. Jonge
vrouwen die zich lieten portretteren om hun vriend of man die in dienst moest, een
foto mee te kunnen geven. Kinderen, hele families, rouw, verkering, vrienden en
vriendinnen, examens of verjaardagen...
Disfarmer was een insider, want hij kende de meeste mensen
die op de foto kwamen. Aan de andere kant was hij een ‘loner’, een outsider. Hij
had iets viezigs, was de intellectueel in een regio van doeners en een atheïst.
Kinderen vonden hem eng, als hij verdween onder het grote
doek van zijn camera. Volwassenen moesten vaak lang wachten en kregen soms
zoveel instructies, dat ze niet meer wisten hoe ze moesten kijken, zegt een
vroegere dorpsgenoot in de documentaire die de Avro laatst uitzond in
‘Close-up’. Hij vind niet dat ze lijken op de mensen zoals hij ze kende.
Maar anderen, fotoliefhebbers, zijn gevallen voor de
originele portretten. Zij vinden dat je
mensen ziet ‘zoals ze waren’, met hun zorgen, angsten, bravado of boosheid. 'Psychological
bullets’, noemt de verzamelaar ze. Zo’n indruk maken ze.
Een foto laten maken was een ‘event’. Het kostte 25 cent en
om dat te verdienen moest je doorgaans een uur zwaar werk doen. En nu de
verzamelaars heel veel Disfarmers boven water hebben gekregen, valt te zien dat
hele families terugkwamen. Jaar na jaar, bij heuglijke gebeurtenissen en bij
gezinsuitbreiding. Kennelijk waren ze zelf ook gefacscineerd door de
portretten.
,,Een lach is als een masker’’, zegt de verzamelaar. De
documentaire toont meer iconische portretten van andere beroemde fotografen.
Conclusie: in goede portretten zie je zelden iemand lachen. Dat ze daarmee ook
veel geld opleverden, realiseerde Heber Springs zich pas na 2004, toen de
verzamelaars de regio uitkamden.
Dorpsbewoners verkochten hun foto's en deden goede zaken. Anderen hielden juist vast aan hun 'vintage prints'. 'Ze zijn misschien veel waard, maar mijn herinneringen zijn me nog dierbaarder.'
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
Avro,
Close-up,
documentaire,
Heber Springs,
jaren dertig,
jaren twintig,
jaren veertig,
Mike Disfarmer,
Mike Meyer,
portretten
22 juli 2013
Sterfelijkheid in drie hoofdstukken

(foto Phillip Toledano)
Het succes van ‘Days with my father’ verraste fotograaf Phillip Toledano. Maar het is niet verwonderlijk dat wat hem na staat, ook anderen raakt.
Op 4 september 2006 overleed de moeder van Phillip Toledano. Na haar dood realiseerde hij zich dat ze hem had afgeschermd voor de mentale toestand van zijn vader. Die had geen Alzheimer, maar was wel zijn kortetermijngeheugen kwijt. Phillip trok bij zijn vader in en verzorgde hem tot diens dood in 2009. Van deze drie jaar maakte hij een zeer persoonlijk en aangrijpend fotoverslag: ‘Days with my father’. Nu te zien in Noorderlicht Fotogalerie in Groningen.
Phillip nam zijn vader mee naar de begrafenis van zijn moeder. 'Terug in huis vroeg hij me elk kwartier waar mijn moeder was. Dan moest ik hem uitleggen dat ze was gestorven. En elke keer was dit schokkend nieuws voor hem. Waarom had niemand hem iets verteld? Waarom had niemand hem meegenomen naar de begrafenis?'
'Na een tijdje realiseerde ik me dat ik hem niet kon blijven vertellen dat zijn vrouw dood was. Hij kon zich niets herinneren, en het was voor ons beiden vreselijk steeds haar dood te herbeleven. Daarom besloot ik hem te vertellen dat ze naar Parijs was, om voor haar zieke broer te zorgen.'
Toledano’s korte commentaren op het leven met zijn vader zijn doordrenkt van liefde voor zijn veel oudere vader (hij was 58 toen Phillip werd geboren) en van humor. Die humor komt ook terug in de foto’s. Bijvoorbeeld die waarop hij twee koekjes op zijn vaders borst heeft gelegd. 'Look at my titties', zegt zijn vader met een grijns.
Soms fotografeert hij de aantekeningen die zijn vader achterlaat. 'Where’s everyone? What’s going on?’' Andere keren valt zijn vader plots stil en zucht. 'It’s then that I know that he knows. About my mum. About everything.' ('Dan weet ik dat hij het weet. Van mijn moeder. Alles.')
De projecten van Toledano gaan altijd over de dingen die hem zelf interesseren. 'Over dat wat voor mijn neus gebeurt. Pas later realiseer ik me dat er verbanden zijn tussen de dingen die ik doe.'
‘Days with my father’ trok op internet veel aandacht, vooral van kinderen. Dat verraste en ontroerde hem. Hij beantwoordde elke mail die hij kreeg. 'Mooi dat kunst hen helpt', vindt hij. Het boek ‘Days with my father’ is met opzet klein en goedkoop gehouden, zodat ook kinderen het kunnen betalen.
De nabijheid van de dood zette Toledano aan het denken. Als reactie op het leven met zijn vader, verdiepte hij zich in mensen die hun sterfelijkheid ‘ontkennen’ met plastische chirurgie. Hij portretteerde mannen en vrouwen die hun uiterlijk hebben laten veranderen in ‘A new kind of beauty’. 'Daar komt geen Photoshop aan te pas. De enige ‘retouche’ deden ze zelf.'
Hij wilde er eerlijke foto’s van maken en zag er daarom van af ze in hun eigen huis te fotograferen. 'Dat leidde te veel af.' De iconische Steve bijvoorbeeld liet zijn borsten vergroten en heeft implantaten in zijn kuiten en bovenbenen. 'Dan hoeft hij niet naar de sportschool.' Bovendien liet hij grotere tepels tatoeëren. Wat hij nog meer liet doen, wilde hij niet vertellen. Toledano: 'Schoonheid telt in onze maatschappij nog mee, maar verliest zijn waarde als iedereen zijn eigen uiterlijk zo kan manipuleren.'
In de tijd dat Toledano voor zijn vader zorgde, vond hij een Charlie Chan-detective uit de jaren dertig, waarin zijn vader meespeelt. Die was toen 25 jaar oud. 'Een oceaan van mogelijkheden voor zich... Mijn moeder, ik, ons leven samen, dat lag nog in het onbekende.'
Het zette Toledano aan het denken. Wat staat mij nog te wachten? Hoe zie ik er zelf uit als ik zo oud ben als mijn vader? Of over twintig jaar? Om antwoord te krijgen op deze vragen liet Toledano een dna-test uitvoeren waaruit bleek dat hij aanleg heeft voor obesitas, hartfalen en beroerte. Hij bedacht het project ‘Maybe’, waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Met een ‘make-up artist’ en assistenten verkleedt hij zich als toekomstige versies van zichzelf.
Op een van de foto’s is hij zo oud als zijn vader. Hij zit in een rolstoel, een verpleegster heeft hem naar het park gereden. Terwijl hij een dutje doet, zit zij over haar mobieltje gebogen. 'Mensen vinden dit hard. Maar zo gaat ’t. Als ik met mijn vader ging wandelen en hij viel in slaap, dan had ik ook even contact met mijn vrienden.'
In zijn rol als 98-jarige merkte hij dat iemand op leeftijd, en bovendien in een rolstoel, geen enkele aandacht meer krijgt. 'Niemand ziet je meer.'
'Dit project gaat niet meer over fotografie, er is ook video bij. Ik heb acteerles genomen en ben afhankelijk van wat er gebeurt in interactie met acteurs. Mijn assistenten maken de opnames, dus ik ben alle controle kwijt. Dat haat ik, maar ik moet loslaten.' Toledano voelt zich hierin geen fotograaf meer maar kunstenaar, degene met de originele ideeën.
De fotoserie uit ‘Maybe’ beleeft zijn première in Groningen. Behalve als bejaarde is Toledano er te zien als dikke zakenman, als uitgebluste kantoorklerk of als crimineel die wordt opgepakt. 'Ik ben me ervan bewust dat het vrij sombere beelden zijn. Het is een soort duivelsuitdrijving; door de slechte afloop te laten zien, hoop ik dat die me niet overkomt.'
(dit artikel verscheen vrijdag 19 juli in de Leeuwarder Courant)
Op 4 september 2006 overleed de moeder van Phillip Toledano. Na haar dood realiseerde hij zich dat ze hem had afgeschermd voor de mentale toestand van zijn vader. Die had geen Alzheimer, maar was wel zijn kortetermijngeheugen kwijt. Phillip trok bij zijn vader in en verzorgde hem tot diens dood in 2009. Van deze drie jaar maakte hij een zeer persoonlijk en aangrijpend fotoverslag: ‘Days with my father’. Nu te zien in Noorderlicht Fotogalerie in Groningen.
Phillip nam zijn vader mee naar de begrafenis van zijn moeder. 'Terug in huis vroeg hij me elk kwartier waar mijn moeder was. Dan moest ik hem uitleggen dat ze was gestorven. En elke keer was dit schokkend nieuws voor hem. Waarom had niemand hem iets verteld? Waarom had niemand hem meegenomen naar de begrafenis?'
'Na een tijdje realiseerde ik me dat ik hem niet kon blijven vertellen dat zijn vrouw dood was. Hij kon zich niets herinneren, en het was voor ons beiden vreselijk steeds haar dood te herbeleven. Daarom besloot ik hem te vertellen dat ze naar Parijs was, om voor haar zieke broer te zorgen.'
Toledano’s korte commentaren op het leven met zijn vader zijn doordrenkt van liefde voor zijn veel oudere vader (hij was 58 toen Phillip werd geboren) en van humor. Die humor komt ook terug in de foto’s. Bijvoorbeeld die waarop hij twee koekjes op zijn vaders borst heeft gelegd. 'Look at my titties', zegt zijn vader met een grijns.
Soms fotografeert hij de aantekeningen die zijn vader achterlaat. 'Where’s everyone? What’s going on?’' Andere keren valt zijn vader plots stil en zucht. 'It’s then that I know that he knows. About my mum. About everything.' ('Dan weet ik dat hij het weet. Van mijn moeder. Alles.')
De projecten van Toledano gaan altijd over de dingen die hem zelf interesseren. 'Over dat wat voor mijn neus gebeurt. Pas later realiseer ik me dat er verbanden zijn tussen de dingen die ik doe.'
‘Days with my father’ trok op internet veel aandacht, vooral van kinderen. Dat verraste en ontroerde hem. Hij beantwoordde elke mail die hij kreeg. 'Mooi dat kunst hen helpt', vindt hij. Het boek ‘Days with my father’ is met opzet klein en goedkoop gehouden, zodat ook kinderen het kunnen betalen.
De nabijheid van de dood zette Toledano aan het denken. Als reactie op het leven met zijn vader, verdiepte hij zich in mensen die hun sterfelijkheid ‘ontkennen’ met plastische chirurgie. Hij portretteerde mannen en vrouwen die hun uiterlijk hebben laten veranderen in ‘A new kind of beauty’. 'Daar komt geen Photoshop aan te pas. De enige ‘retouche’ deden ze zelf.'
Hij wilde er eerlijke foto’s van maken en zag er daarom van af ze in hun eigen huis te fotograferen. 'Dat leidde te veel af.' De iconische Steve bijvoorbeeld liet zijn borsten vergroten en heeft implantaten in zijn kuiten en bovenbenen. 'Dan hoeft hij niet naar de sportschool.' Bovendien liet hij grotere tepels tatoeëren. Wat hij nog meer liet doen, wilde hij niet vertellen. Toledano: 'Schoonheid telt in onze maatschappij nog mee, maar verliest zijn waarde als iedereen zijn eigen uiterlijk zo kan manipuleren.'
In de tijd dat Toledano voor zijn vader zorgde, vond hij een Charlie Chan-detective uit de jaren dertig, waarin zijn vader meespeelt. Die was toen 25 jaar oud. 'Een oceaan van mogelijkheden voor zich... Mijn moeder, ik, ons leven samen, dat lag nog in het onbekende.'
Het zette Toledano aan het denken. Wat staat mij nog te wachten? Hoe zie ik er zelf uit als ik zo oud ben als mijn vader? Of over twintig jaar? Om antwoord te krijgen op deze vragen liet Toledano een dna-test uitvoeren waaruit bleek dat hij aanleg heeft voor obesitas, hartfalen en beroerte. Hij bedacht het project ‘Maybe’, waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Met een ‘make-up artist’ en assistenten verkleedt hij zich als toekomstige versies van zichzelf.
Op een van de foto’s is hij zo oud als zijn vader. Hij zit in een rolstoel, een verpleegster heeft hem naar het park gereden. Terwijl hij een dutje doet, zit zij over haar mobieltje gebogen. 'Mensen vinden dit hard. Maar zo gaat ’t. Als ik met mijn vader ging wandelen en hij viel in slaap, dan had ik ook even contact met mijn vrienden.'
In zijn rol als 98-jarige merkte hij dat iemand op leeftijd, en bovendien in een rolstoel, geen enkele aandacht meer krijgt. 'Niemand ziet je meer.'
'Dit project gaat niet meer over fotografie, er is ook video bij. Ik heb acteerles genomen en ben afhankelijk van wat er gebeurt in interactie met acteurs. Mijn assistenten maken de opnames, dus ik ben alle controle kwijt. Dat haat ik, maar ik moet loslaten.' Toledano voelt zich hierin geen fotograaf meer maar kunstenaar, degene met de originele ideeën.
De fotoserie uit ‘Maybe’ beleeft zijn première in Groningen. Behalve als bejaarde is Toledano er te zien als dikke zakenman, als uitgebluste kantoorklerk of als crimineel die wordt opgepakt. 'Ik ben me ervan bewust dat het vrij sombere beelden zijn. Het is een soort duivelsuitdrijving; door de slechte afloop te laten zien, hoop ik dat die me niet overkomt.'
(dit artikel verscheen vrijdag 19 juli in de Leeuwarder Courant)
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
A new kind of beauty,
Days with my father,
fotograaf,
Freed,
Groningen,
Leeuwarder Courant,
Maybe,
Noorderlicht fotogalerie,
Phillip Toledano
16 juli 2013
Sinaspriljongetjes
Twee blonde jongetjes renden om Villa Flie toen collega Anniek Boswijk en ik vorige week op Vlieland waren voor een reportage over tenthuisjes op camping Stortemelk. Wieger (6) en Hugo (4) hadden het er reuze naar hun zin. Tegenover hun huisje hadden ze een kuil ontdekt, waar ze zelf 'huisje' speelden.
Eigenaren Jesse Niemeijer en Sanne Grijpma lieten een paar jaar geleden op de plek van een ouder tenthuisje een nieuwe bouwen. Ze draaiden het wat, zodat ze vanaf het duin kunnen genieten van het uitzicht over de camping. En daar profiteren Hugo en Wieger van. Even gluren door de plastic vensters naar de rest van de wereld. Waar is het avontuur?
Zo in de zon, met die blonde kopjes en gladde ruggen doen ze me denken aan het Sinaspril-jongetje van vroeger. Ze hebben geen stoppeltjes, zoals mijn broer op die leeftijd had. Die leek er nog meer op. Maar mensen van mijn leeftijd kennen dat jongetje vast ook nog, met zijn hoofd gebogen op z'n armen. Gelukkig zijn deze twee een stuk fleuriger.
Meer over hen en de tenthuisjes staat zaterdag te lezen in de zomerbijlage van de Leeuwarder Courant. Daarin ook andere foto's van mijn hand.
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
Anniek Boswijk,
camping Stortemelk,
Leeuwarder Courant,
Sinaspriljongetje,
tenthuisje huren,
tenthuisjes,
Villa Flie,
Vlieland,
zomerbijlage
8 juli 2013
Op de Richel
Als je heel ver inzoomt op het huisje in de verte, zie je op de balustrade een zwart silhouet. Het is Laura Zwaneveld, die deze week weer de wacht mag houden op De Richel. Zij maakt op mijn beurt een foto van mij terwijl ik op de boot richting Harlingen uit zicht verdwijn.
Laura was vaker op De Richel en ik ben jaloers op haar. Wat een topplek. Deze dagen helemaal natuurlijk. Al kun je je afvragen of het zelfgekozen isolement wel zo groot is als er allerlei schepen van de bruine vloot droogvallen op deze zandplaat.
In haar blog vertelt Laura over haar wederwaardigheden. En vlak voor vertrek viel bij haar het magazine Noorderland nog op de mat, met daarin een hele reportage over haar en met haar eigen foto's. Had ik al gezegd dat ze collega is? We kennen elkaar van de Noorderlicht masterclass.
Overigens was ik op Vlieland voor de Leeuwarder Courant, maar daarover later meer.
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
blog,
boot,
De Richel,
Laura Zwaneveld,
Noorderland,
veerboot,
Vlieland,
zandplaat
7 juli 2013
Staartje
Eind april bezocht ik Antwerpen, met een vriendin. Het was heerlijk weer, de start van een mooie week met niet alleen de inhuldiging van Willem-Alexander, maar ook het kampioenschap van SC Cambuur en (de maandag erna) de inhuldiging van het kampioensteam.
Antwerpen deed ons goed. We hadden heerlijk de tijd om te winkelen, om te fotograferen en enkele musea te bezoeken. Jammer genoeg waren die op 1 mei dicht, anders was het culturele gehalte van ons tripje nog hoger geweest...
Op onze wandelingen door de stad wist ik weer veel stellen te fotograferen voor mijn serie 'European couples'. En ook dit 'staartje', dat gisteren weer opdook toen ik mijn foto's aan het bewerken was voor bewuste vriendin.
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
Antwerpen,
België,
blouse,
European couples,
FoMu,
fotograferen,
staartje,
strik,
wandelen,
winkelen
4 juli 2013
Eerste filmpje

Een tijdje geleden volgde ik een cursus 'filmen met de DSLR-camera', in mijn geval een Canon 5DII. Wat me vooral interesseerd was filmpjes te maken zoals te zien zijn bij DuckRabbit of MediaStorm: een combinatie van bewegend beeld en foto's.
Na de cursus ontbrak me de tijd om goed te oefenen, totdat ik een lang weekeinde in Duitsland was. Met mijn honden als dankbare modellen toog ik aan de slag. Kwam ik er thuis achter dat ik een belangrijk punt was vergeten: filmen moet op 1/50 sec. Anders is het geheel niet om te zetten de snelheid van 24 beelden per seconden...
Inmiddels heb ik nieuwe beelden geschoten van Hamish en Duncan, op de juiste belichtingstijd. En ik heb een cursus Final Cut Pro X gedaan, dus weet nu hoe ik ze in elkaar kan monteren, inclusief geluid. Even geduld nog, dan laat ik het resultaat zien.
Duncan vind het allemaal wel best. Hij is een beetje moe van het hoofdrolspeler zijn en legt zij zware hoofd te rusten.
Labels: fotojournalistiek, Gitte Brugman
Calumet,
Canon 5DII,
DSLR-camera,
DuckRabbit,
Duncan,
filmen,
Final Cut Pro X,
Hamish,
MediaStorm
Abonneren op:
Posts (Atom)





