24 juli 2013

Disfarmer





















(foto Mike Disfarmer)

Het dorpje Heber Springs, Arkansas, in het zuiden van de Verenigde Staten heeft een bekende fotograaf voortgebracht. Al heeft hij dat zelf in zijn tijd niet geweten. Mike Meyer, die zich later Disfarmer ging noemen, werd pas bekend na zijn dood in 1959.

In de jaren twintig tot vijftig was hij fotograaf. Een fotograaf van gewone mensen. Zijn portretten geven een prachtig beeld van Amerika in de Roaring Twenties, de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog.

Jongens in hun uniform, met hun liefje op de foto. Jonge vrouwen die zich lieten portretteren om hun vriend of man die in dienst moest, een foto mee te kunnen geven. Kinderen, hele families, rouw, verkering, vrienden en vriendinnen, examens of verjaardagen...

Disfarmer was een insider, want hij kende de meeste mensen die op de foto kwamen. Aan de andere kant was hij een ‘loner’, een outsider. Hij had iets viezigs, was de intellectueel in een regio van doeners en een atheïst.

Kinderen vonden hem eng, als hij verdween onder het grote doek van zijn camera. Volwassenen moesten vaak lang wachten en kregen soms zoveel instructies, dat ze niet meer wisten hoe ze moesten kijken, zegt een vroegere dorpsgenoot in de documentaire die de Avro laatst uitzond in ‘Close-up’. Hij vind niet dat ze lijken op de mensen zoals hij ze kende.

Maar anderen, fotoliefhebbers, zijn gevallen voor de originele portretten. Zij vinden dat je mensen ziet ‘zoals ze waren’, met hun zorgen, angsten, bravado of boosheid. 'Psychological bullets’, noemt de verzamelaar ze. Zo’n indruk maken ze.

Een foto laten maken was een ‘event’. Het kostte 25 cent en om dat te verdienen moest je doorgaans een uur zwaar werk doen. En nu de verzamelaars heel veel Disfarmers boven water hebben gekregen, valt te zien dat hele families terugkwamen. Jaar na jaar, bij heuglijke gebeurtenissen en bij gezinsuitbreiding. Kennelijk waren ze zelf ook gefacscineerd door de portretten. 

,,Een lach is als een masker’’, zegt de verzamelaar. De documentaire toont meer iconische portretten van andere beroemde fotografen. Conclusie: in goede portretten zie je zelden iemand lachen. Dat ze daarmee ook veel geld opleverden, realiseerde Heber Springs zich pas na 2004, toen de verzamelaars de regio uitkamden.

Dorpsbewoners verkochten hun foto's en deden goede zaken. Anderen hielden juist vast aan hun 'vintage prints'. 'Ze zijn misschien veel waard, maar mijn herinneringen zijn me nog dierbaarder.'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen