Posts tonen met het label Groningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groningen. Alle posts tonen

10 juni 2021

'Voor de ander niks, voor mezelf is hier alles'

 

Deze foto maakte Caroline Penris van Klaas Pieterman uit Niekerk. Hij is een van de mensen die zij sprak voor haar project Komen en gaan. Van hem is het citaat: 'Voor een ander niks, voor mezelf is hier alles.'

Penris verhuisde zelf in 2016 voor de liefde van Groningen naar Eenrum. Het was haar twintigste verhuizing. In Eenrum kwam ze mensen tegen, die de tachtig waren gepasseerd, maar het dorp nog nooit hadden verlaten. Hoe kwam het dat zij nooit een reden hadden gehad om te verhuizen? Die vraag vormde het begin van Komen en gaan. Want hoe zat het met anderen in de gemeente Hogeland?

Penris portretteerde verschillende mensen. Van de Braziliaans-Nederlandse Anne die Rottum als toevluchtsoord ging zien tot Hans Kosmeier, de laatste bewoner van borg Verhildersum. Ze laat ze vertellen waarom ze zich al dan niet thuis voelen op de plek waar ze wonen. Wat zien ze in het land achter de dijk en waarom passen die ruimte en stilte soms als een cocon.

Voor de Leeuwarder Courant besteedde ik aandacht aan Komen en gaan in mijn maandelijkse fotorubriek. Wie interesse heeft in de verhalen, kan die nalezen op de eigen website van het project: www.komenengaan.online en kan daar ook het boek bestellen. Daarin komen Penris' foto's nog beter uit dan op de site.

De portretten zijn persoonlijk en aangevuld met beelden die het verhaal versterken. Je krijgt zo meteen een goed beeld van de omgeving waarover de geïnterviewden praten. De ruimte, de dijk, de wind in de bomen... En dan zijn daar bovendien de vogels, altijd al een mooi symbool voor komen en gaan. 

15 mei 2016

Uitnodiging

























Mijn pieper - Roseval On Pedestal - is in Groningen. Afgelopen vrijdag een hele reis moeten ondernemen om het werk op tijd bij Lê Huynh in MartiniPlaza te krijgen, maar het is allemaal gelukt. Van 21 mei tot en met 31 december van dit jaar hang ik tussen schilders als Erik Zwezerijnen, Hendrik Elings, en collega-fotografen als Maartje Roos, Jenny Boot en Gea Schenk.

Het is voor het eerst dat ik een foto heb laten afdrukken en plakken achter plexiglas. Bij Wilcovak in Hoogeveen. Het ziet er bijzonder glossy uit en dat past bij het beeld, vind ik. De art foyer van MartiniPlaza is reusachtig en ik ben blij dat ik voor deze foto heb gekozen (100x83 cm), die niet verdrinkt op de wand.

Aanstaande vrijdag is de opening, 16.30 tot 19.30 uur. Kunstenaars zijn aanwezig, evenals hapjes, drankjes en muziek. Dus wie belangstelling heeft, is bij deze uitgenodigd.

19 april 2016

Pieper





















Deze week wat aan het experimenteren geweest voor een expositie geïnspireerd op De Aardappeleters van Vincent van Gogh. Dit is misschien wel heel letterlijk een aardappel, maar ik wilde het voorwerp museale allure geven, zoals het schilderij dat ook heeft.

De vorm is zo eenvoudig, en de kleur van sommige rassen zo bijzonder. Het is een soort juweel, maar dan een eetbare.

Het kan overigens heel goed zijn dat de foto waarmee ik exposeer een heel andere wordt. Eén die dichter bij het werk ligt dat ik doorgaans maak. Een straatbeeld, of een portret. Veel tijd heb ik niet meer om hierover na te denken. Eind volgende week moet ik beeldmateriaal aanleveren voor de promotie van @ard.app.el, zoals het evenement heet.

Wie benieuwd is naar het eindresultaat, en het werk van de andere deelnemende kunstenaars, onder wie Hendrik Elings, Gea Schenk, Jenny Boot en Baukje Venema, kan van 20 mei tot en met 19 december terecht in MartiniPlaza in Groningen. De organisatie is in handen van Lê Hyunh van Lê Art Gallery.

30 november 2015

World Press Photo 2015
















Afgelopen week was het weer zover en dit keer zat ik in PuurNoord met Paul Komen en Louis Kockelmann. Paul was de afgelopen vijftien jaar pianist van violiste Emmy Verhey, die een punt aan haar succesvolle muziekcarrière zet. Louis Kockelmann was bijna vanaf het begin betrokken bij het Groot Niet Te Vermijden, het dans- en showorkest dat dertig jaar bestaat en waarover een boek is uitgebracht.

Zelf mocht ik iets vertellen over de expositie van World Press Photo 2015, die sinds zaterdag 21 november in de der Aa-kerk in Groningen te zien is. Nog tot 13 december kun je hier de beste nieuwsfoto's van het afgelopen jaar zien. Uiteraard kon ik niet de hele tentoonstelling bij langs lopen. Achter alle foto's gaan zoveel verhalen schuil.

Dit keer lichtte ik er vier uit, te beginnen bij de winnaar Mads Nissen met zijn portret van twee homoseksuele jongens in Rusland. Daarnaast vond ik het mooi om ook een ander soort foto (van Anand Varma) te laten zien, namelijk een enorme makro-opname van een schimmel die parasiteert op een mier.

Met de feestdagen in het vooruitzicht liet ik ook een foto zien van een jonge Chinees die voor de Westerse markt kerstversieringen rood spuit. Fotograaf Ronghui Chen vermeldt dat hij per dag zeker zes mondkapjes verbruikt in de stoffige omgeving.

En tot slot liet ik één beeld zien uit een reeks die is geschoten over bijna een generatie, namelijk uit The Julie Project - Family Love 1993-2014 van Darcy Padilla. Een aangrijpende serie over Julie, een al jong misbruikt meisje dat verslaafd raakt en op haar achttiende moeder wordt. Julie overleed in 2010, maar Padilla volgt de andere familieleden, onder wie haar dochter Rachel nog steeds.

2 september 2015

PuurNoord

















(foto Catherine Balet)

De kogel is door de kerk, de teerling is geworpen. De eerste uitzending van PuurNoord op woensdag is 'on air'. Het cultuurprogramma van Podium TV waaraan ik eens in de vier weken een bijdrage mag leveren door iets over fotografie te vertellen. Voor deze aftrap koos ik Noorderlicht, een heel klein beetje omdat de directeur Ton Broekhuis mij voor dit programma heeft voorgedragen. Maar natuurlijk vooral omdat dit niet alleen dé fotomanifestatie van het Noorden is, maar ook een van de vijf beste ter wereld.

In het programma mocht ik vertellen wat mij was opgevallen aan Data Rush, de huidige fotomanifestatie in de oude suikerfabriek in Groningen. Ik koos drie dingen: de serie Strangers in the light van de Française Catherine Balet, de serie Geolocation van Nate Larson en Marni Shindelman uit de Verenigde Staten en de multimediapresentatie Seamless Transitions van de Brit James Bridle.

Curator Wim Melis heeft een prachtig scala aan film- en fotografisch materiaal verzameld, dat alle facetten van de digitalisering van de maatschappij belicht: economisch, politiek, ethisch en filosofisch. De bezoeker ziet zowel sombere als positieve, lichte als zware en voor de hand liggende als verrassende invalshoeken voorbij komen. Nog tot 11 oktober te zien, samen met het andere deel van de hoofdexpositie Pulse in de oude suikerfabriek, en de onderdelen Fearless Genius en Making oneself in de fotogalerie Noorderlicht.

22 juli 2013

Sterfelijkheid in drie hoofdstukken




(foto Phillip Toledano)

Het succes van ‘Days with my father’ verraste fotograaf Phillip Toledano. Maar het is niet verwonderlijk dat wat hem na staat, ook anderen raakt.

Op 4 september 2006 overleed de moeder van Phillip Toledano. Na haar dood realiseerde hij zich dat ze hem had afgeschermd voor de mentale toestand van zijn vader. Die had geen Alzheimer, maar was wel zijn kortetermijngeheugen kwijt. Phillip trok bij zijn vader in en verzorgde hem tot diens dood in 2009. Van deze drie jaar maakte hij een zeer persoonlijk en aangrijpend fotoverslag: ‘Days with my father’. Nu te zien in Noorderlicht Fotogalerie in Groningen.

Phillip nam zijn vader mee naar de begrafenis van zijn moeder. 'Terug in huis vroeg hij me elk kwartier waar mijn moeder was. Dan moest ik hem uitleggen dat ze was gestorven. En elke keer was dit schokkend nieuws voor hem. Waarom had niemand hem iets verteld? Waarom had niemand hem meegenomen naar de begrafenis?'

'Na een tijdje realiseerde ik me dat ik hem niet kon blijven vertellen dat zijn vrouw dood was. Hij kon zich niets herinneren, en het was voor ons beiden vreselijk steeds haar dood te herbeleven. Daarom besloot ik hem te vertellen dat ze naar Parijs was, om voor haar zieke broer te zorgen.'

Toledano’s korte commentaren op het leven met zijn vader zijn doordrenkt van liefde voor zijn veel oudere vader (hij was 58 toen Phillip werd geboren) en van humor. Die humor komt ook terug in de foto’s. Bijvoorbeeld die waarop hij twee koekjes op zijn vaders borst heeft gelegd. 'Look at my titties', zegt zijn vader met een grijns.

Soms fotografeert hij de aantekeningen die zijn vader achterlaat. 'Where’s everyone? What’s going on?’' Andere keren valt zijn vader plots stil en zucht. 'It’s then that I know that he knows. About my mum. About everything.' ('Dan weet ik dat hij het weet. Van mijn moeder. Alles.')

De projecten van Toledano gaan altijd over de dingen die hem zelf interesseren. 'Over dat wat voor mijn neus gebeurt. Pas later realiseer ik me dat er verbanden zijn tussen de dingen die ik doe.'

Days with my father’ trok op internet veel aandacht, vooral van kinderen. Dat verraste en ontroerde hem. Hij beantwoordde elke mail die hij kreeg. 'Mooi dat kunst hen helpt', vindt hij. Het boek ‘Days with my father’ is met opzet klein en goedkoop gehouden, zodat ook kinderen het kunnen betalen.

De nabijheid van de dood zette Toledano aan het denken. Als reactie op het leven met zijn vader, verdiepte hij zich in mensen die hun sterfelijkheid ‘ontkennen’ met plastische chirurgie. Hij portretteerde mannen en vrouwen die hun uiterlijk hebben laten veranderen in ‘A new kind of beauty’. 'Daar komt geen Photoshop aan te pas. De enige ‘retouche’ deden ze zelf.'

Hij wilde er eerlijke foto’s van maken en zag er daarom van af ze in hun eigen huis te fotograferen. 'Dat leidde te veel af.' De iconische Steve bijvoorbeeld liet zijn borsten vergroten en heeft implantaten in zijn kuiten en bovenbenen. 'Dan hoeft hij niet naar de sportschool.' Bovendien liet hij grotere tepels tatoeëren. Wat hij nog meer liet doen, wilde hij niet vertellen. Toledano: 'Schoonheid telt in onze maatschappij nog mee, maar verliest zijn waarde als iedereen zijn eigen uiterlijk zo kan manipuleren.'

In de tijd dat Toledano voor zijn vader zorgde, vond hij een Charlie Chan-detective uit de jaren dertig, waarin zijn vader meespeelt. Die was toen 25 jaar oud. 'Een oceaan van mogelijkheden voor zich... Mijn moeder, ik, ons leven samen, dat lag nog in het onbekende.'

Het zette Toledano aan het denken. Wat staat mij nog te wachten? Hoe zie ik er zelf uit als ik zo oud ben als mijn vader? Of over twintig jaar? Om antwoord te krijgen op deze vragen liet Toledano een dna-test uitvoeren waaruit bleek dat hij aanleg heeft voor obesitas, hartfalen en beroerte. Hij bedacht het project ‘Maybe’, waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Met een ‘make-up artist’ en assistenten verkleedt hij zich als toekomstige versies van zichzelf.

Op een van de foto’s is hij zo oud als zijn vader. Hij zit in een rolstoel, een verpleegster heeft hem naar het park gereden. Terwijl hij een dutje doet, zit zij over haar mobieltje gebogen. 'Mensen vinden dit hard. Maar zo gaat ’t. Als ik met mijn vader ging wandelen en hij viel in slaap, dan had ik ook even contact met mijn vrienden.'

In zijn rol als 98-jarige merkte hij dat iemand op leeftijd, en bovendien in een rolstoel, geen enkele aandacht meer krijgt. 'Niemand ziet je meer.'

'Dit project gaat niet meer over fotografie, er is ook video bij. Ik heb acteerles genomen en ben afhankelijk van wat er gebeurt in interactie met acteurs. Mijn assistenten maken de opnames, dus ik ben alle controle kwijt. Dat haat ik, maar ik moet loslaten.' Toledano voelt zich hierin geen fotograaf meer maar kunstenaar, degene met de originele ideeën.

De fotoserie uit ‘Maybe’ beleeft zijn première in Groningen. Behalve als bejaarde is Toledano er te zien als dikke zakenman, als uitgebluste kantoorklerk of als crimineel die wordt opgepakt. 'Ik ben me ervan bewust dat het vrij sombere beelden zijn. Het is een soort duivelsuitdrijving; door de slechte afloop te laten zien, hoop ik dat die me niet overkomt.'

(dit artikel verscheen vrijdag 19 juli in de Leeuwarder Courant)


14 april 2013

Aan de rand

















Aan de rand van Groningen is een woonwagenkamp met achttien 'huishoudens'. Een ervan is Wieger van den Bos en zijn kat Guusje. Onlangs was ik bij hem op bezoek voor een binnenkijkreportage in Wonen en Co. De Leeuwarder Courant besteedt binnenkort aandacht aan hem en zijn alternatieve levensstijl.

Twee woonwagens, elk van 10 meter lang en ongeveer 2,5 meter breed zijn Wiegers domein. De ene wagen gebruikt hij als slaapvertrek. De andere wagen bevat een woongedeelte met open keuken, een kantoortje annex oefenruimte (Wieger speelt gitaar in de band Scrap Metal Taxi) en een natte cel met douche en wc.

Het is geen groot onderkomen, maar het is afbetaald. Voor Wieger geen hypotheek. Van winkelen houdt hij niet. Als hij kan kiezen gaat zijn voorkeur uit naar warme kleuren zoals geel, oranje en rood. Styling betekent voor hem 'dingen zo houden zoals ze zijn', deels omdat hij naar eigen zeggen 'liever lui is dan moe'. Hij heeft niet veel geld, maar dat is een keuze. 'Geluk zit van binnen.'

20 september 2012

Prachtig zwart



















(foto Awoiska van der Molen)

Schemer en duisternis laten ons het landschap anders ervaren. Oppervlakkigheden van de dag spelen geen rol meer. Hemel en aarde lijken elkaar te raken. 'Er is ruimte voor een andere beleving van de wereld waarin wij leven', zegt Awoiska van der Molen.

Voor haar fotografie verkent ze een landschap, ze zorgt dat ze erin thuis raakt. Zodat ze het 's nachts kan 'betrappen' bijna. Zodat ze er zoveel mogelijk één mee kan worden en het kan doorgronden. In haar werk zijn soms nauwelijks sporen van mensen te zien. Als ze al een huis of een geïsoleerde kerk fotografeert dan lijkt die zelf tot onderdeel van het landschap geworden.

Kleine sporen van licht geven haar zeer donkere werk nuances die je nauwelijks voor mogelijk houdt. Dat er zoveel te ontdekken valt in de nacht!

Awoiska van der Molen exposeert momenteel samen met Rob Nypels in de Noorderlicht fotogalerie in Groningen. Haar deel van de tentoonstelling heet 'Een zekere wildernis', tegenover 'Het wilde landschap' van Nypels. Hun werk vult aan, contrasteert en valt samen. Soms allemaal tegelijk.

Als logisch verlengstuk van de benadering van haar onderwerp maakt Van der Molen haar afdrukken zelf, in de donkere kamer. Een fotoboek heeft ze - helaas - nog niet. Vormgever en drukker te vinden die dit werk aan kunnen, is geen lichte opgave.


10 oktober 2011

Op straat


















(foto Vivian Maier/Maloof Collection)


Het leven van Vivian Maier is een groot mysterie. En waarom ze haar duizenden foto's, films en geluidsopnames altijd voor zichzelf heeft gehouden is een raadsel. Dankzij John Maloof kan het publiek toch genieten van haar straatfotografie, die zich kan meten met de groten in dit genre: Henri Cartier Bresson of Andre Kertesz.

In 2007 kwam het werk van Maier aan het licht, toen een groot deel van haar werk in een lokale veiling te koop werd aangeboden. Ze had een betalingsachterstand voor de kluis die ze huurde, en honderden filmrolletjes die daarin lagen werden geveild. John Maloof kocht de foto's en was overweldigd door de kwaliteit ervan.

Maloof wilde eerst alleen de foto's laten zien op een website, maar daar bleef het niet bij. Al snel groeide het archief uit tot zijn levenswerk. Hij verzamelde tot nu toe tussen de 100.000 en 150.000 negatieven, 3000 prints, honderden rolletjes film, videobeelden, geluidsopnames en andere voorwerpen van Maier. Ruw geschat zo'n 90 procent van haar werk.

Maier hield haar fotografie haar leven lang voor zichzelf. Ze was een dochter van een Franse moeder en een Hongaarse vader en werd geboren in de Bronx, in New York. In gemeentearchieven valt terug te vinden dat ze als vierjarige samenwoonde met haar moeder en Jeanne Bertrand, destijds een vooraanstaand portretfotografe. Haar vader was toen al uit beeld.

Latere archieven laten zien dat ze in 1939 met haar moeder vanuit Frankrijk terugkeerde in de Verenigde Staten. En nogeens in 1951, maar dan alleen. Ergens in 1949 – nog in Frankrijk - pakte ze voor het eerst een camera op, een Kodak Brownie. Maar vlak na haar terugkeer in Amerika kocht ze een dure Rolleiflex.

Het leven op straat had haar grote interesse, waarbij ze vooral oog had voor minderbedeelden. Ze reisde naar het Midden-Oosten, Zuid-Amerika en Azië. Alleen, en ook daar fotografeerde ze vaak de lagere klassen van de maatschappij. Omgekeerd legde ze in eigen land het leven van ethnische groepen vast, zoals Joegoslavische emigranten die rouwden om hun tsaar of Polen die in het Milford Theater de Cinema Polski bezochten.

In 1956 werd ze kindermeisje van de drie zoons van de familie Gensburg, waarvoor ze naar Chicago verhuisde. Bij hen had ze de luxe van een eigen badkamer, waarin ze haar zwartwit rolletjes kon ontwikkelen en prints kon afdrukken.

Voor de jongens was ze een soort Mary Poppins; excentriek, sterk en trots. Gekleed in een lange jas, slappe hoed en mannenschoenen, waarop ze in haar vrije tijd stevig de pas erin zette.

Zelf zei ze Engels te hebben geleerd uit toneelstukken en in het theater. Maar niets was zo'n schouwtoneel als de straat zelf. Voor haar lens kwamen theaterbezoekers, schoonmakers, zwervers en slapende taxichauffeurs. Haar oog viel op bijzondere schaduwen en lichtval, ze registreerde de afbraak van historische panden en Chicago's ‘hotspots'.

Aan het zelf ontwikkelen en printen van haar foto's kwam een einde toen de jongens volwassen waren en zij de Gensburgs verliet. Financieel ging het daarna bergafwaarts met Maier en ze kon de ontwikkelkosten voor de kleurenfilms die ze in de jaren tachtig gebruikte, niet meer betalen. Daarom sloeg ze ze op. Het kwam zelfs zover dat ze ook geen film meer kon aanschaffen en haar camera's moest laten liggen.

De Gensburgs bleven de meest naaste familie die ze had. Eenmaal oud en dakloos, kochten de jongens een appartementje voor haar. Ze konden echter niet voorkomen dat ze in de winter van 2008 uitgleed op een stuk ijs en haar hoofd verwondde. Haar gezondheid liep daarna snel achteruit en ze overleed in april 2009.

Werk van Vivian Maier was te zien tijdens de Noorderlicht Fotomanifestatie in Groningen.

12 september 2011

Kleur


















(foto Walburgis Meijers)

Tijdens de Noorderlicht Fotomanifestatie zijn op allerlei plekken in Groningen exposities te zien met fotografie als uitgangspunt. Sommige van deze satellietlocaties tonen documentair werk, andere kunst met fotografie als bestanddeel. In elk geval komen hier heel andere thema's en onderwerpen aan de orde dan op de hoofdexpositie.

Walburgis Meijers noemt zichzelf kunstenaar, geen fotograaf. Ze behoort tot de categorie die fotografie gebruikt als materiaal voor haar kleurrijke composities. Ondertitel bij haar expositie in de Wallstreet Studio (Muurstraat 8b, aan de Boteringeplaats) is dan ook 'uit de camera van Walburgis'.

Spiegelingen en glas spelen een hoofdrol. Haar basismateriaal is waarschijnlijk al kleurrijk, en de beelden doen vermoeden dat zij daar nog een schepje bovenop doet. Een deel van het werk sprak me daarom niet aan. Over the top en bijna kitsch.

De uitnodiging toont echter een beeld dat van dit extreem kleurige patroon afwijkt. Het is wat raadselachtiger en roept vragen op over het gefotografeerde (maanlandschap? verregende poster? roestig oppervlak?). En zo hangen er nog een paar voorbeelden van mijns inziens meer geslaagde, want meer gelaagde beelden. Door letterlijk meer diepte krijgen ze meer diepgang. Met enkele andere toeschouwers was ik benieuwd hoe deze foto's er in een veel grotere dan de getoonde (stoeptegel)maat uit zouden zien.

t/m 9 okt, wo/vr/za 14-17 u; eerste zo v.d. maand 13-17 u

7 maart 2011

Taste my photons...














(foto Sabrina Jung)

Het was een druk weekeinde wat openingen betreft. In de Kunsthal in Rotterdam is vanaf zaterdag Vincent Mentzel te zien. In Huis Marseille in Amsterdam opende een expositie van Marrigje de Maar en Bert Teunissen, en in de Noorderlicht galerie in Groningen ging 'Taste my photons...' van start. Technisch bekeken had ik alle drie openingen bij kunnen wonen, maar praktisch was dat niet. Het werd Groningen.

De expositie werd samengesteld door gastcurator Wim Bosch (beeldend kunstenaar en gastdocent aan kunstacademies), die hiertoe was uitgenodigd door directeur Ton Broekhuis met de woorden: 'Jij gaat mij boos maken'. De gemanipuleerde foto's, soms samengesteld uit verzamelingen beelden, kunnen inderdaad ergernis oproepen. Ergernis omdat je niet begrijpt hoe het eindresultaat tot stand kwam, omdat je je ergert aan de soms grove grenzen tussen de onderdelen waaruit het beeld is opgebouwd, of omdat de suggestie van journalistiek efotografie niet blijkt te kloppen. Op de expositie was weinig aan te merken. 'Teleurstellend', was dan ook Broekhuis' gemompelde antwoord op Bosch' speech, waarin hij dat boos maken aanhaalde.

De deelnemers aan de expositie overschrijden de grenzen van de fotografie. Maken ze zelf nog een foto, door een druk op de knop van hun camera? Of stellen ze hun kunst samen achter de computer? Zijn ze in die zin niet meer schilder/kunstenaar dan fotograaf? Een leuk dilemma, vond managing editor Caroline von Courten van FOAM Magazine.

Zelf afgestudeerd op het fenomeen 'onscherpte' complimenteerde ze de deelnemers met hun beelden die (net als onscherpte) uitnodigen tot een trage blik. 'Het zijn stopwoorden in een zin. Als je niet meteen ziet wat je ziet, wat zie je dan?' De kijker wordt geconfronteerd met zijn eigen verwachtingen, moet zich laten vervoeren, de intuïtie krijgt ruimte. Von Courten: 'Er wordt een beroep gedaan op andere zintuigen, daarom is de titel ook passend gekozen.'

5 januari 2011

Vooruitlopen















(foto Michael Wolf)

Observatorium - de jaarlijkse fotobijlage van de Volkskrant - leek dit jaar vooruit te lopen op Noorderlicht 2011. De bijlage had dit jaar als thema 'de stad', ook het thema van het tweede deel van de dubbeltentoonstelling van de fotomanifestatie. De Volkskrant opende Observatorium met deze foto van Michael Wolf. Hij kwam verderop nog terug met foto's van slapende mensen in de metro van Tokio.

Wolf vind ik iemand die op Nooderlicht niet mag ontbreken. Al zijn series gaan over de stad; over de overweldigende architectuur of juist de eenvormigheid en het ritme daarvan. Of over de mensen die in de verdrukking lijken te komen, zoals de slapende mensen in de metro van Tokio.

De Volkskrant liet afwisselend moderne en oudere series zien. Zo was er een mooi verhaal over Bruce Davidson die in de jaren zestig straatfoto's maakte in Amerika. Dat tegenover beelden van een Amerikaanse stad in recessie, Detroit, gemaakt door Daniel Rosenthal. Een bewaarnummer dus, al was het maar om straks in september te kijken welke keuzes in Groningen zijn gemaakt met hetzelfde thema.

2 december 2010

Nomaden


















(foto Jeroen Toirkens)

Kleur en zwartwit wisselen elkaar af in de expositie NomadsLife van Jeroen Toirkens. Op de wanden van galerie Noorderlicht in Groningen 'dansen' de foto's zoals Stephan Vanfleteren het bedoeld heeft. In groepjes, op verschillende hoogtes. Zonder commentaar, behalve dan een inleiding waarin te lezen valt dat Toirkens al sinds 1999 nomadenvolkeren fotografeert. In centraal Azië, Rusland, Mongolië en het Arctisch gebied.

Zijn fascinatie begon in het Turkse Bolkarmassief. Hier leerde hij de Yörük kennen en hun manier van leven. Ze vochten met de druk van de modernisering. De gebieden waar ze traditioneel doorheen trokken, worden opgekocht door projectontwikkelaars en veel jongeren kiezen voor een leven in de stad.

Modernisering, globalisering en politiek hebben op nomadenvolkeren hun effecten en Toirkens laat er een aantal zien: alcoholmisbruik, klimaatverandering en modernisering. Vervoermiddelen als de auto en motor vervangen de slee en het paard, Russische nomaden werden gedwongen in kolchozen te wonen, de uitgestrekte toendra's zijn langer groen dan bedekt met sneeuw.

Toirkens spreekt zich in zijn beelden niet hardop uit voor of tegen deze veranderingen. Er klinkt wel een zekere nostalgie in door, melancholie voor wat verloren dreigt te gaan. Maar het leven volgens tradities en in barre omstandigheden is hard, modernisering kan verlichting betekenen, zou de toeschouwer kunnen concluderen. Aan de gezichten van de nomaden zelf valt het niet af te lezen. Zij zijn dit leven gewend, schikken zich tussen hun honden of rond het vuur in hun tent.

Het oordeel is aan de kijker. Die ziet sterke vrouwen, spelende kinderen, werkende en soms drinkende mannen. Sneeuw en kou, tegenover bonte kleding en tenten. Kleur duikt op als dat iets toevoegt. Zoals in een foto van een hoek van een tent, die is opgelapt met allerlei stukjes stof. Of in een foto van een rendier dat de bloeddoorlopen bast van zijn gewei veegt. Een zinvolle afwisseling, die maakt dat je nieuwsgierig blijft. Naar meer, naar het boek. Nog even wachten tot maart 2011.

NomadsLife maakt deel uit van De Poolnacht, een manifestatie ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversteit Groningen.

24 juli 2010

Niets veranderd













(foto Hanne van der Velde)
Heinz Aebi en Hanne van der Velde zijn net afgestudeerd aan de Fotoacademie in Groningen. Over hun groepsexpositie schreef ik in mei al iets. Dit tweetal heeft een ander podium gevonden voor hun foto's, namelijk boekhandel Godert Walter in de Ebbingestraat in Groningen. Een adres met herinneringen.

In 1986 organiseerden studiegenote Ytsje van der Wal en ik hier een expositie over Groniningen Fietsstad. Er was in de stad een symposium over fietsen, overal ter wereld. Groningen stond (en staat waarschijnlijk nog) tweede op de internationale lijst van steden waar het meest gefietst wordt. Alleen in Peking gebruiken meer mensen een rijwiel.

Onze tentoonstelling bestond uit oude foto's van de Grote Markt voor het verkeerscirculatieplan, historische ruimtelijke ordening, en tekeningen van fietsopstellingsplaatsen - bijvoorbeeld een OFOS, een opgeblazen fietsopstellingsstrook, als ik het me goed herinner. Nog denk ik wel eens aan die afkorting als ik zo'n strook zie, waarbij fietsers voor het stoplicht mogen wachten over de volle breedte van de rijbaan.

Destijds stond Erik in de winkel, een buitengewoon aardige, charmante en een beetje broze boekhandelaar. En hij was er nog. Even vriendelijk als toen, een tikje brozer. Opnieuw geeft hij jonge mensen een kans, een podium om te laten zien wat ze doen en kunnen. 'Weet je de weg naar boven', vroeg hij. Ik antwoordde bevestigend en legde uit waarom.

Hij zei zich onze expositie wel te herinneren. 'Mijn compagnon was destijds pas vertrokken, en die was niet zo'n voorstander van exposities', verklapte hij. Mijn gezicht herkende hij, wat niet alleen heel aardig maar ook aannemelijk is. Ik kende dat van hem immers ook. En in mijn achterhoofd heb ik altijd de uitspraak van de moeder van een vriendin, die het naar mijn idee wel bont maakte toen ze bij het zien van mijn babyfoto's zei: 'je bent niets veranderd'.