Posts tonen met het label Freed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Freed. Alle posts tonen

16 december 2019

Goed voornemen

Het nieuwe jaar is nog niet begonnen, maar mijn goede voornemen voor 2020 is dat ik dit blog weer ga bijhouden. Kunstmaand Ameland is afgerond. Drie jaar mocht ik artistiek leider zijn van dit mooie evenement, nu is het tijd voor mijn opvolgster Annica Delfos.

En voor mij... tijd voor nieuwe dingen. Zoals collages maken. Deze kwam tot stand door ouderwets knippen en plakken, gecombineerd met een beetje fotobewerking. Erg leuk om te doen!


21 juli 2016

Complexe collages




















In haar atelier heeft Trijnie van der Wal (75) zich de afgelopen maanden uitgesloofd om op tijd haar expositie in het Fries Museum af te krijgen. Ze maakte meterslange en -hoge collages, die ze vervolgens fotografeerde, liet printen in zwartwit en weer inkleurde.

Het Fries Museum had al een van deze werken in zijn bezit: The rural view of Sara Lee. Hierin richt Van der Wal haar blik op de omgeving van haar huidige woonplaats Joure. Ook de zetel van koffiebrander Douwe Egberts, tegenwoordig onderdeel van Sara Lee.

Het viel haar op dat hondenbezitters van nu gekleed gaan in een zelfde soort kleding en dat ze op een bijzondere manier met hun dieren omgaan. Heel anders dan haar vader vroeger, die broodjager was. Zijn hond liep altijd los en was soms een paar dagen de hort op. In haar zeer complexe werken zet ze beide groepen door elkaar heen, het is aan de kijker de tegenstellingen te analyseren. Heit komt er ook in voor.

De expositie die nu in het Fries Museum te zien is, laat nieuwe aanwinsten van het museum zien, een viertal andere collage-schilderijen. Oud-conserator Rudy Hodel kwam speciaal bij de opening om een woordje te spreken. Hij plaatste Van der Wal tussen de dadaïst Kurt Switters en de hedendaagse Thomas Hirschhorn. 'Zij verbindt de 20ste- met de 21-ste-eeuwse kunst.'

Meer hierover vrijdag 22 juli in Freed, de cultuurbijlage van de Leeuwarder Courant.

25 maart 2016

Indigo

















Dit weekeinde opent het Fries Museum een expositie over het werk van Claudy Jongstra uit Spannum. Ze verwierf bekendheid met bijzondere wandtapijten, maar maakt inmiddels ook ander ruimtelijk werk. Zoals dit Metaphoric Indigo, dat ze speciaal voor deze expositie maakte.

Indigo is niet alleen een bijzondere kleur, maar ook aan de natuurlijke verfstof valt moeilijk te komen. Biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf Gerbranda State in Pietersbierum heeft voor Jongstra speciaal planten verbouwd, waaruit ze haar eigen indigo kon winnen. Dat is te zien in het Fries Museum, en ze vertelt erover in mijn verhaal, dat vandaag in de cultuurbijlage Freed van de Leeuwarder Courant staat.

Bij dat verhaal deze foto, waarin vooral de schaal van het werk opvalt. Het verhuist hierna naar Medisch Centrum Leeuwarden. 'Dit soort samenwerkingen is heel bijzonder', benadrukte Jongstra. Voorop de bijlage een ander portret van haar 'in' dit werk.

5 februari 2016

Tuinkabouter




















Zo! Door omstandigheden ben ik een tijdje niet actief geweest op dit blog. Maar ik zal de draad weer oppakken. Vooral nu ik een mooi portret heb om te tonen.

Bovenstaande 'kabouter' is kunstschilder Anne Feddema uit Leeuwarden. Komende zondag opent zijn tentoonstelling Eden en daarbuiten in Melklokaal, een galerie in Heerenveen. Feddema heeft de afgelopen jaar zijn koers verlegd en schildert tegenwoordig vooral scènes uit zijn tuin. Enfin, in de bijlage Freed van de Leeuwarder Courant kun je daar op 12 februari meer over lezen.

Overigens vertelt hij hier zelf meer over, morgen in het programma Op en út van Omrop Fryslân.

Omdat ik niet alleen zijn werk wilde laten zien maar ook de schilder in de omgeving waardoor hij wordt geïnspireerd, bezocht ik hem thuis in zijn atelier. Hier vandaan kijkt hij in de tuin, met een fikse berk. Hij had zelf bedacht dat hij leuk zou zijn om gekleed in primaire kleuren op de foto te gaan: als contrast met de gedempte tinten van de wintertuin. Dit is het resultaat.

We worden er allebei blij van. Net als ik blij word van zijn werk. Komende vrijdag zal ik het artikel op dit blog delen, voor ieder ter eigener beoordeling.


1 september 2014

Toekomstperspectief














(foto Zhao Renhui)

De wereldeconomie faalt, politieke systemen staan onder zware druk. Steeds meer mensen zoeken naar andere mogelijkheden om de toekomst vorm te geven. Fotomanifestatie Noorderlicht laat ze zien.

In 2013 belichtte Noorderlicht met To have or have not de achtergronden van de huidige wereldwijde economische en politiek crises. Fotografen richtten hun camera's op de 1 procent van de wereldbevolking die steeds rijker wordt, en op de 99 procent aan de andere kant van het spectrum. Het betrof een fotografische analyse van wat er mis gaat in de wereld.

Met An ocean of possibilities biedt Noorderlicht dit jaar tegenwicht. Het thema omsluit de groeiende zoektocht naar andere mogelijkheden om de maatschappij in te richten. Van de particulieren en kleine bedrijven die duurzaamheid voorop stellen, al zijn de vooruitzichten onzeker. Van de strijd tegen mondiale bedrijven die het ecosysteem van de aarde aantasten, tot persoonlijke alternatieven zoals woongroepen in de Russische bossen.

Waar de een zich terugtrekt op een eigen plek om daar onafhankelijk van anderen een leven in te richten, leren anderen steeds meer zichzelf te zien als bewoners van één planeet die zij gezamenlijk beheren. Ons handelen heeft niet alleen consequenties in eigen land, maar is grensoverschrijdend. Wat houdt dit wereldburgerschap in?

Is het dat orkest van jonge musici uit onder meer Israël en Palestina, dat Tom Fecht heeft gevolgd? Of de bezoekers van Europa's grootste LAN-parties, die hun computers met elkaar verbinden tot een virtuele omgeving waarin zij een groot deel van hun leven doorbrengen?

HEILZAME PLANTEN
Uit meer dan 700 inzendingen koos curator Wim Melis 59 fotografen die elk hun eigen deel van de wereld belichten. Laura Böök laat een klein dorpje in Finland zien, waar Congolese immigranten worden aangemoedigd zich te vestigen. Bewoners in het buitengebied van Hongkong schenken hun heilzame planten aan stedelingen, om hen erop te wijzen wat verloren dreigt te gaan door de groei van de stad. Wawi Navaroza fotografeerde deze giften.

Allemaal werk dat te zien is in het Fries Museum in Leeuwarden. Daarnaast heeft Noorderlicht in de Blokhuispoort een aantal series ondergebracht met als gemeenschappelijke noemer Subcultures. In Natuurmuseum Fryslân is de nadruk gelegd op Solitude. Hier zijn twee series te zien. Marrigje de Maar legde tijdens twee lange voettochten door de geschiedenis virtuele ontmoetingen vast met haar historische voorgangers. En Danila Tkachenko maakte een portret van moderne kluizenaars, die zich hebben teruggetrokken in de wilde natuur van Rusland om de maatschappij te ontvluchten.

Sommige mensen hebben een even onbestemd als onuitroeibaar verlangen om in verbondenheid met de natuur te leven. In een leegstaand deel van het Leeuwarder winkelcentrum Zaailand is Call of the wild te zien, het hier verzamelde werk heeft een grote persoonlijke betrokkenheid van de fotografen als gemeenschappelijke noemer. Zij verbeelden hun zelfgekozen manier van leven, de verwevenheid van hun eigen identiteit met een streek of voorvaderlijk stuk grond.

Ook in het Zaailand hangt Rise, met werk van fotografen die wereldwijde protesten als de Arabische Lente of de Occupy-beweging vastlegden. Enkelen doen dit in traditionele reportages, maar steeds vaker kiezen ze voor een persoonlijke insteek om de onderliggende gevoelens van vervreemding van de macht te communiceren. De fotografie wordt door de toenemende verspreidingsmogelijkheden niet alleen democratischer, maar door deze eigen benadering ook gevarieerder en veelstemmiger.

Verder biedt het Zaailand een podium aan The lexicon of sustainability van Douglas Gayeton en zijn vrouw Laura Howard. Een multimediaal project, waarin Gayeton honderden foto's gebruikt om één enkel beeld te componeren. Daar voegt hij handgeschreven teksten aan toe, waarin hij inzichten en opmerkingen verwerkt van de afgebeelde personen die elke vraag proberen te beantwoorden die kijkers zouden kunnen stellen over wat er in de foto gebeurt.

GRONINGEN
Het Lexiconproject bestaat uit drie delen. Dat over eten en landbouw is voltooid en wordt getoond. Aan de hoofdstukken over water en energie wordt nog volop gewerkt.

In de Noorderlicht Gallery is tijdens het festival The beats van Larry Fink en Punks van Karen Knorr en Olivier Richon te zien.

Bovendien presenteren verschillende fotografen en groepen zich in Leeuwarden en omstreken op het satellietprogramma. Kunstenaarscollectief INART in Lemmer toont A human touch, Artemisia in Leeuwarden laat werk zien van Marian Ciebrant en Annagreet Hoogland.

Dolph Kessler krijgt ruimte in Historisch Centrum Leeuwarden met zijn serie Lviv, stad van paradoxen. Verschillende amateurfotografen hebben zich in de Fotofabryk leren verbazen. Marin Leus laat in de bibliotheek haar afstudeerproject Komkommertijd zien. En verschillende fotografen tonen hun werk in zeven oude Friese kerken, maar deze kerkenroute gaat pas op 20 september van start.

Fotomanifestatie Noorderlicht is te zien t/m 26 oktober, www.noorderlicht.com. Tijdens deze periode maakt de Leeuwarder Courant wekelijks een keus uit het aanbod en licht die toe.

(dit artikel stond vrijdag 29 augustus in de culturele bijlage Freed van de Leeuwarder Courant)

12 november 2013

Voorbij de camera




















(foto Steve McCurry)

Fotografen die de wereld overtrekken en daar voor kranten en tijdschriften conflictregio's fotograferen, krijgen vaak bekendheid door die ene foto. Dat ene gezicht of die ene situatie, waarmee ze voor altijd vereenzelvigd zullen worden. Denk aan de vallende soldaat van Robert Capa, of het Vietnamese meisje getroffen door napalm van Nick Ut. Voor Steve McCurry is dat het gezicht van het Afghaanse meisje met de groene ogen, dat in 1984 de omslag van National Geographic domineerde.

McCurry wist niet wat de naam was van dit Afghaanse meisje in een Pakistaans vluchtelingenkamp. Maar in 2002 reisde hij met een filmploeg van National Geographic naar Pakistan, op zoek naar de vrouw die hij twintig jaar daarvoor fotografeerde. Via verschillende omwegen wisten ze haar te vinden. McCurry mocht haar nogmaals fotograferen, en met National Geographic kon hij iets terugdoen voor de roem die haar beeld hem had gegeven.

Het is een van de veertien verhalen in het boek 'Voorbij de camera. Het verhaal achter de foto' dat uitgeverij Phaidon op de markt brengt. In min of meer chronologische volgorde komt hierin de loopbaan van Steve McCurry aan bod, die nu zo'n dertig jaar omspant. Behalve foto's staat er ook niet-fotografische materiaal in uit het archief van de fotograaf, zoals aantekeningen en attributen, dagboeken en perskaarten. Jammer genoeg soms heel klein, waardoor een vergrootglas nodig is om alles te kunnen lezen.

McCurry's carrière begint met zijn eerste bezoek aan India en Pakistan in 1979, nadat hij twee jaar als fotograaf voor de lokale krant Today's Post heeft gewerkt. Op zijn reis komt hij in contact met vluchtelingen uit Nooristan, net over de grens in Noordoost-Afghanistan. Ze vragen hem verslag te doen van de situatie, die uitgegroeid was tot een burgeroorlog. McCurry trekt een paar dagen met de moedjahedien mee, in vermomming en zonder de taal te spreken. 'Ik had alleen een plastic beker, een Zwitsers zakmes, twee camera's, vier lenzen, een tas met films en een paar zakjes vliegtuigpinda's bij me.'

Het nationale conflict in Afghanistan groeide uit tot een oorlog tussen de Verenigde Staten en Rusland. McCurry's foto's werden maanden later gepubliceerd in The New York Times en zorgden ervoor dat er meer informatie naar buiten kwam, en meer interesse ontstond in het Westen voor dit conflict. McCurry's naam was gevestigd en in de jaren erna zou vele malen terugkeren naar het land, in opdracht van National Geographic, Time, ABC News en andere nieuwsdiensten.

Na deze eerste serie, die hij in zwart-wit schoot, stapte McCurry over op kleurenfilm. In de jaren die volgen concentreert hij zich op 'India per trein' en maakt hij een uitgebreide serie over de moesson. Begin 1991 legt hij het totaal vernietigde landschap van Koeweit vast, na de Golfoorlog. Tussen 1993 en 1996 werkt hij aan een portret van Bombay, de poort naar India. Daarna richt hij zijn lenzen onder meer op 'Kashmir, de Vallei der Tranen', op Jemen en op 'De tempels van Angkor'.

Op een bewolkte maandagochtend in 2001 keerde McCurry terug van een lange reis uit Tibet. De volgende ochtend wordt hij wakker bij een heldere blauwe lucth. Vanuit zijn kantoor kan hij het World Trade Center zien. 'Ik was de post aan het doornemen toen de moeder van mijn assistent belde en zei: 'Kijk uit je raam'.'

Er komt rook uit beide wolkenkrabbers van het WTC. Op instinct doet McCurry wat hij altijd doet, hij pakt zijn camera en rent naar het dak van zijn huis. Daarna weet hij via allerlei stegen en straatjes op Ground Zero te komen, waar hij midden in de chaos belandt. 'Bij het documenteren van de tragedie steunde McCurry op vaardigheden die hij in de loop van zijn lange carrière ontwikkelde: om te volharden tegenover schijnbaar overweldigende obstructie, om zicht te mengen en rustig te blijven in de meest dramatische en chaotische situaties, om zich bewust te blijven van de afzonderlijke elementen in het grotere geheel en te zoeken naar de menselijke aspecten van gebeurtenissen die buiten de menselijke controle lagen', aldus de (anonieme) schrijver van de verschillende hoofdstukken.
Het laatste hoofdstuk in 'Voorbij de camera' is getiteld 'Hiv/aids in Vietnam'. Met zeven andere bekende Magnumfotografen wordt McCurry gevraagd het werk van The Global Fund te fotograferen. Dit fonds is een internationaal samenwerkingsverband tussen regeringen, particulieren organisaties en getroffen gemeenschappen, dat manieren zoekt om hiv/aids, tuberculose en malaria te voorkomen en te behandelen. McCurry reist naar drie gezinnen in Vietnam.
In twee gezinnen komt de hulp van The Global Fund te laat. In aangrijpende beelden laat McCurry zien wat aids voor verwoestend effect heeft op het leven van Luoc en zijn vrouw Luan, en op dat van Duong Van Tuyen, zijn vrouw Luong en hun tweejarig zoontje. Als hij eind 2007 Vietnam verlaat verwacht hij dan ook niet dat hij Ngyuên Quôc Khánh terug zal zien.

Maar vier maanden later lijkt de man uit een soort slaap te zijn ontwaakt. Dankzij de behandeling kan hij weer werken als huisschilder en vader zijn voor zijn dochter. 'Dankzij nieuwe behandelingen is het duidelijk dat mensen niet alleen kunnen overleven, maar ook een productief en gelukkig leven kunnen leiden', aldus McCurry. 'Als je eenmaal mensen leert kennen die het doormaken, zie je ze niet meer als statistieken, maar als individuen.'
Uit zijn slotwoord blijkt nogmaals zijn motivatie: 'Ik hoop dat mijn foto's mensen informeren en inspireren, en op een bepaalde manier ook degenen zullen helpen die zo vriendelijk waren om mij in hun leven toe te laten.'
(foto: Bloemenverkoper op het Dalmeer, Srinagar, Kashmir (1998)

Dit artikel verscheen vrijdag 8 november in de cultuurbijlage Freed van de Leeuwarder Courant)

21 oktober 2013

Tuin in je telefoon




















(foto Caroline Penris)

Een telefoon is steeds meer een café waar je je vrienden spreekt of een vakantiebestemming waar je attracties bezoekt. Dus waarom geen tuin, waarin je je terug kunt trekken, vindt Groninger fotograaf/kunstenaar Caroline Penris.

Zelf heeft ze geen tuin, maar ze maakt veel foto’s die de suggestie van een tuin wekken. Bladeren gezien door melkglas, een bos door een beregend raam… Daar wilde ze iets mee doen. 'Ik heb zelf geen tuin, maar heb er wel behoefte aan.'


Ze combineerde dit gegeven met haar verbazing over de manier waarop mensen steeds meer 'ìn hun telefoon' leven. 'Ze gaan er helemaal in op, sluiten zich voor hun omgeving af en wanen zich echt in een andere wereld.' Dus waarom niet in een virtuele tuin.

De mogelijkheden om zo’n denkbeeldige ruimte te maken zijn tegenwoordig groot. Ze kwam een app op het spoor, waarmee ze 'augmented reality' (verrijkte werkelijkheid) toe kan voegen achter allerlei beelden. Makelaars maken bijvoorbeeld gebruik van Q-codes. Wie zo’n zwartwitte blokjescode op een verkoopbord met zijn mobiel of tablet scant, krijgt foto’s van het bewuste huis te zien.

Vogelgeluiden 'Ook met de Layar-app kun je bijvoorbeeld muziek of geluid toevoegen, maar dan mooier. Zonder die lelijke blokjescode.' Zo kan ze haar eigen foto’s gebruiken als toegang tot andere ervaringen: vogelgeluiden of het geknisper van iemand die door dode bladeren wandelt. 'Ik kan de roep van een bosuil laten horen of de grasmaaier bij de buren.'

Ze stelt zich voor dat de groenliefhebber kan kiezen, via een menu. 'De een zit graag met een glas wijn in de tuin, dus daar hoor je het getinkel van ijsblokjes in een glas. De ander hoort liever de wind in de bladeren. Misschien kan ik zelfs filmpjes toevoegen.'

Een aantal weken geleden presenteerde Penris haar idee voor een volle zaal tijdens De Donkere Kamer, een avond over fotografie in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Ze was een van drie fotografen die hun plannen mochten ‘pitchen’ om de gunsten (en euro’s) van het publiek te winnen. Dit leverde haar een paar honderd euro op, waarmee ze verder kan bouwen aan haar project.

'Ik zoek een ruimte waarin ik ‘Secret garden’ groter kan exposeren. Als je met meer mensen in de zaal bent en ieder kiest een andere toegevoegde waarde, dan wordt het misschien een park!' Maar ‘Secret garden’ kan ook een boek worden. In dat geval moet Penris nog wel meer foto’s maken, vindt ze. Ze heeft er nu een stuk of dertig. 'Dan heb ik er wel 75 nodig.' 

Ze hoeft er niet ver voor op pad, weet ze uit ervaring. Onlangs stond ze in een bushokje en door het glas zag ze een mogelijkheid. 'Overal loop ik te kijken: Is hier een tuin? Een pand in verval… ik moet er altijd even heen. Zelf neem ik niets mee, maar maak gebruik van de situatie.'

Vitrage, zeil, doek, glas, al dan niet bewasemd of nat… Alles kan dat filter vormen waar Penris naar op zoek is. 'Dat door laagjes kijken is echt van mij. Zo kijk ik al jaren en die manier heb ik echt gecultiveerd.' Dat is ook te zien in haar andere series als ‘Autofocus’ en ‘Street poetry’. Een stukje glas-inlood in een kerk is voldoende. Onlangs deed zelfs een oorlogsmonument in Berlijn nog dienst als ‘tuin’. 'Op zo’n moment gaat het idee van monument even aan mij verloren.'

Wie nieuwsgierig is kan via www.penris.com al een kijkje nemen in de tuin-in-aanleg.

Dit artikel verscheen vrijdag 18 oktober in Freed, de culturele bijlage van de Leeuwarder Courant.


22 juli 2013

Sterfelijkheid in drie hoofdstukken




(foto Phillip Toledano)

Het succes van ‘Days with my father’ verraste fotograaf Phillip Toledano. Maar het is niet verwonderlijk dat wat hem na staat, ook anderen raakt.

Op 4 september 2006 overleed de moeder van Phillip Toledano. Na haar dood realiseerde hij zich dat ze hem had afgeschermd voor de mentale toestand van zijn vader. Die had geen Alzheimer, maar was wel zijn kortetermijngeheugen kwijt. Phillip trok bij zijn vader in en verzorgde hem tot diens dood in 2009. Van deze drie jaar maakte hij een zeer persoonlijk en aangrijpend fotoverslag: ‘Days with my father’. Nu te zien in Noorderlicht Fotogalerie in Groningen.

Phillip nam zijn vader mee naar de begrafenis van zijn moeder. 'Terug in huis vroeg hij me elk kwartier waar mijn moeder was. Dan moest ik hem uitleggen dat ze was gestorven. En elke keer was dit schokkend nieuws voor hem. Waarom had niemand hem iets verteld? Waarom had niemand hem meegenomen naar de begrafenis?'

'Na een tijdje realiseerde ik me dat ik hem niet kon blijven vertellen dat zijn vrouw dood was. Hij kon zich niets herinneren, en het was voor ons beiden vreselijk steeds haar dood te herbeleven. Daarom besloot ik hem te vertellen dat ze naar Parijs was, om voor haar zieke broer te zorgen.'

Toledano’s korte commentaren op het leven met zijn vader zijn doordrenkt van liefde voor zijn veel oudere vader (hij was 58 toen Phillip werd geboren) en van humor. Die humor komt ook terug in de foto’s. Bijvoorbeeld die waarop hij twee koekjes op zijn vaders borst heeft gelegd. 'Look at my titties', zegt zijn vader met een grijns.

Soms fotografeert hij de aantekeningen die zijn vader achterlaat. 'Where’s everyone? What’s going on?’' Andere keren valt zijn vader plots stil en zucht. 'It’s then that I know that he knows. About my mum. About everything.' ('Dan weet ik dat hij het weet. Van mijn moeder. Alles.')

De projecten van Toledano gaan altijd over de dingen die hem zelf interesseren. 'Over dat wat voor mijn neus gebeurt. Pas later realiseer ik me dat er verbanden zijn tussen de dingen die ik doe.'

Days with my father’ trok op internet veel aandacht, vooral van kinderen. Dat verraste en ontroerde hem. Hij beantwoordde elke mail die hij kreeg. 'Mooi dat kunst hen helpt', vindt hij. Het boek ‘Days with my father’ is met opzet klein en goedkoop gehouden, zodat ook kinderen het kunnen betalen.

De nabijheid van de dood zette Toledano aan het denken. Als reactie op het leven met zijn vader, verdiepte hij zich in mensen die hun sterfelijkheid ‘ontkennen’ met plastische chirurgie. Hij portretteerde mannen en vrouwen die hun uiterlijk hebben laten veranderen in ‘A new kind of beauty’. 'Daar komt geen Photoshop aan te pas. De enige ‘retouche’ deden ze zelf.'

Hij wilde er eerlijke foto’s van maken en zag er daarom van af ze in hun eigen huis te fotograferen. 'Dat leidde te veel af.' De iconische Steve bijvoorbeeld liet zijn borsten vergroten en heeft implantaten in zijn kuiten en bovenbenen. 'Dan hoeft hij niet naar de sportschool.' Bovendien liet hij grotere tepels tatoeëren. Wat hij nog meer liet doen, wilde hij niet vertellen. Toledano: 'Schoonheid telt in onze maatschappij nog mee, maar verliest zijn waarde als iedereen zijn eigen uiterlijk zo kan manipuleren.'

In de tijd dat Toledano voor zijn vader zorgde, vond hij een Charlie Chan-detective uit de jaren dertig, waarin zijn vader meespeelt. Die was toen 25 jaar oud. 'Een oceaan van mogelijkheden voor zich... Mijn moeder, ik, ons leven samen, dat lag nog in het onbekende.'

Het zette Toledano aan het denken. Wat staat mij nog te wachten? Hoe zie ik er zelf uit als ik zo oud ben als mijn vader? Of over twintig jaar? Om antwoord te krijgen op deze vragen liet Toledano een dna-test uitvoeren waaruit bleek dat hij aanleg heeft voor obesitas, hartfalen en beroerte. Hij bedacht het project ‘Maybe’, waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Met een ‘make-up artist’ en assistenten verkleedt hij zich als toekomstige versies van zichzelf.

Op een van de foto’s is hij zo oud als zijn vader. Hij zit in een rolstoel, een verpleegster heeft hem naar het park gereden. Terwijl hij een dutje doet, zit zij over haar mobieltje gebogen. 'Mensen vinden dit hard. Maar zo gaat ’t. Als ik met mijn vader ging wandelen en hij viel in slaap, dan had ik ook even contact met mijn vrienden.'

In zijn rol als 98-jarige merkte hij dat iemand op leeftijd, en bovendien in een rolstoel, geen enkele aandacht meer krijgt. 'Niemand ziet je meer.'

'Dit project gaat niet meer over fotografie, er is ook video bij. Ik heb acteerles genomen en ben afhankelijk van wat er gebeurt in interactie met acteurs. Mijn assistenten maken de opnames, dus ik ben alle controle kwijt. Dat haat ik, maar ik moet loslaten.' Toledano voelt zich hierin geen fotograaf meer maar kunstenaar, degene met de originele ideeën.

De fotoserie uit ‘Maybe’ beleeft zijn première in Groningen. Behalve als bejaarde is Toledano er te zien als dikke zakenman, als uitgebluste kantoorklerk of als crimineel die wordt opgepakt. 'Ik ben me ervan bewust dat het vrij sombere beelden zijn. Het is een soort duivelsuitdrijving; door de slechte afloop te laten zien, hoop ik dat die me niet overkomt.'

(dit artikel verscheen vrijdag 19 juli in de Leeuwarder Courant)