8 oktober 2026

Laten liggen


 








Er ligt altijd van alles op straat en soms kan ik de neiging niet weerstaan om iets op te rapen. Ik heb dan ook thuis een zakje vol gekke vondsten, vaak gekleurde stukjes plastic en metaal, kralen en knopen. Soms bijzondere papiertjes. Het idee is er ooit een assemblage van te maken...

Gisteren zag ik dit liggen. Ik heb het niet opgeraapt, maar in plaats daarvan een foto gemaakt. Het deed me denken aan de installatie Commercial Crosses van Akmar, die afgelopen zomer te zien was op Open Stal in Oldeberkoop. Alleen draaide het daar om de kruisvorm, en dit leek meer een alien.

5 mei 2026

Jan Roos en de Harlinger haven














Op 20 november 2021 verscheen onderstaand artikel van mij in de Leeuwarder Courant. Ik was met schilder Jan Roos in de Harlinger haven en maakte onderweg verschillende foto’s. Jan overleed vorige week, hij was 74 jaar. Zie dit verhaal als eerbetoon. 

Jan Roos en de haven van Harlingen

Al 35 jaar is de haven van Harlingen het onderwerp van schilder Jan Roos. ,,Ergens oars hast misskien it gefoel dat it like mut.’’

’s Morgens stapt Jan Roos op zijn fiets. Vanuit de Nutstraat rijdt hij over de Zuiderhaven, steekt de Kleine Sluis over en via het Harlinger centrum en de Oude Ringmuur komt hij in de haven. Even zien wat er is. Hoe ver zijn ze met het vervangen van de houten steigers? Komen er vissers binnen? 

Alles kan zijn weg vinden naar een tekening of schilderij. Een groter werk pakt hij vaak ’s middags op. Met zijn verf en kwasten in de fietstas, een rol papier ernaast, zoekt hij zijn plek. Daar legt hij zijn papier op de grond en gaat aan de slag. In snelle halen weet hij de schepen vast te leggen. Meeuwen zijn een dankbaar onderwerp, evenals vissers die bezig zijn met hun vangst of hun netten. 

Het liefst werkt hij tegen de avond, als het al donkert. Dan is het rustig. ,,Kiek’’, wijst hij als hij de sluis passeert. ,,Die heb ik misschien wel duzend keer geprobeerd te tekenen ofte schilderen. Al dat water... vooral als ze aan het spuien zijn. Of als het laag water is en de viezigheid boven komt drijven.’’ 

Bij de Urker Visafslag zijn de stapels kratten interessant, met hun lukrake compositie in blauw, wit en groen. Hij slingert zijn been weer over het zadel en rijdt verder. Hij weet waar ze liggen. Die grote keien, die de vissers soms in hun netten vinden. ,,Mooi met hun pokken.’’ 

Roos is een halve Terschellinger, zegt hij. Zijn moeder kwam van dat eiland, en zijn vader kwam er een generatie eerder al vandaan. Zelf groeide hij op in Harlingen. Na de avondopleiding aan de Leeuwarder academie Vredeman de Vries, en twee jaar Jan van Eyck Academie in Maastricht, keerde hij terug naar de havenstad. 

Sinds 1986 woont hij in het pakhuisje aan de Nutsstraat. Destijds was de werf Welgelegen om de hoek. ,,We hadden ’n mooi uitzicht over de werf Welgelegen en de haven.’’ Je hoorde de motoren en de misthoorn. Als de mannen stonden te lassen, gaf dat energie. De mosselaars haalden met hun grote zuigers de zee leeg. Eenmaal in de haven pakten grote grijpers hun vangst van boord. ,,Dan stond er vaak nog iemand in het ruim erbij te scheppen.’’ Het bood een bijzondere dynamiek. Maar dat is veranderd. ,,Nu mogen ze de bodem niet meer beroeren, en drijven er allemaal netten waar de mosselen zich aan hechten. Ze hoeven ze alleen nog maar te plukken.’’ 

De werf is verhuisd en het uitzicht is ,,ons ontnomen door de projectontwikkelaars’’, zegt hij. Dankzij de strijd van de bewoners is een deel van dit oude wijkje overeind blijven staan. Omgeven door rijen appartementencomplexen. ,,‘Historiserend’ noemen ze dat’’, zegt Roos in het voorbijgaan. 

Welgelegen ligt inmiddels aan de rand van de Nieuwe Vissershaven. Een grote grijze kolos, naast de al even grote loodsen van de zoutfabriek. Er worden enorme jachten geproduceerd. ,,Ferskrikkelik’’, vindt Roos. De loodsen schildert hij overigens wel vaak, dat zijn wel mooie vormen. Hij houdt van ,,het abstracte van de plek’’. ,,Je moet ’t zien.’’ 

Zijn publiek hoeft Harlingen niet in zijn werk te herkennen. Sterker nog, hij schildert de haven zo ,,dat ’t overal kan wezen’’. 

Zijn atelier beslaat het grootste deel van de benedenverdieping van wat eerst een timmerwerkplaats was. In het eerste deel staan tientallen grote rollen tegen de wand geleund. Werken van Welgelegen, toen de werf nog in vol bedrijf was en grote kotters afleverde. Van het begin tot het eind volgde hij het productieproces. Toen de werf al gesloten was en het een ‘roestige bende’ werd, was hij er nog vaak te vinden. Vond hij ook mooi. Hij kon makkelijk de werf op, en zijn atelier was vlakbij. Dus schoof hij de rollen zo weer naar binnen. 

Bovenaan zit steeds een foto van de voorstelling, zodat hij ze niet uit hoeft te rollen om te weten wat er schuilgaat in de kokers. ,,Ik heb wel van die grote rollen mee gehad op de fiets’’, vertelt hij. ,,Mar ik wurd oek ouder, en it ferkeer drukker...’’


 

















Altijd werkt hij met het papier op de grond. Als het waait, werkt hij kleiner. Er is hem wel eens een werk ontkomen. ,,Bracht iemand het later terug, maar toen zag het er niet meer uit.’’ Hij werkt op papier, van allerlei soorten. Vroeger het papier dat om stapels hout zat. ,,Maar da’s tegenwoordig allemaal plastic.’’ Karton, triplex, pakpapier... hij schildert overal op. Getuige de stapels kleine schilderijen tussen onbedrukt krantenpapier. 

In het tweede deel van zijn atelier staan nog meer kleine werkjes tegen de wand met oud gereedschap. ,,Dat was van mijn vader, die timmerman was.’’ Hier ook stapels schilderijen, klein en middelgroot. Honderden wellicht. Want ,,ik werk elke dag, en bewaar alles’’. 

Het is vrij opgeruimd, verklaart Roos. Hij heeft nog maar pas zijn zeventigste verjaardag gevierd, rond de hoge houtkachel. Aan de wand hangen een paar werken die hij ,,wel vrolijk vond’’. Een zicht op een oude steiger met karakteristieke zwarte palen, helderblauw water met witte schittering. En een kleurrijker tafereel in de haven, waar mosselaars met grijpers in de weer zijn. 

Hier werkt Roos verder aan zijn schilderijen. Wijzend op het linker landschap. ,,Ik vond die regen daar wel mooi.’’ Dunne diagonale lijntjes verbeelden de neerslag, die hij waarschijnlijk juist is ontvlucht. Het zijn geen grote, studieuze ingrepen die hij doet. ,,’t Moet er wel zo uitzien alsof ’t er in één keer op stond.’’ 

Zacht klinkt de jazz door de hoge ruimte. Hij schenkt nog een kop thee in. Dan klinkt er een jarentachtigklik en stopt de muziek. Hij draait het bandje om. Coltrane, Zappa, Earring, Miles Davis staat te lezen op de stapels cassettes rond de muziekinstallatie. Ook hiervan doet hij niets weg. ,,Wat ik mooi vind zet ik weer op een ander bandje.’’



Ready made

      









Posters zijn er om de aandacht te trekken. Ze zijn gemaakt om op te vallen, door hun schoonheid of brutale uitlatingen. Als je er één ziet, kan alles kloppen. Maar zie je er meer bij elkaar, op wanden waar geplakt mag worden, dan valt het ontwerp soms al minder op. Hangt zo'n poster dan naast een heleboel andere met mooie kleuren en pakkende teksten, dan zie je soms door de bomen het bos niet meer. De woorden verliezen hun betekenis, de kleuren hun sprankeling. Er volgen andere evenementen en andere plakkers, die plaats maken voor nieuwe posters. 

In die beweging ontstaat iets nieuws. Wanneer dat plaatsmaken ruw gebeurt, blijven sporen van eerdere uitingen achter. Niet bedoeld om gelezen te worden. Maar in nieuwe combinaties, die een eigen schoonheid hebben. Een kunstenaar heeft het niet zo bedacht, maar het is de kunst het te zien. Marcel Duchamp zou het anders formuleren, maar voor mij zijn dit ook een soort ready mades.

22 april 2026

À la Bogaers 5
















Het is al weer een aantal jaren geleden dat we in Parijs de eerste 'combinatie' maakten. Titeke Postma en ik bezoeken elk jaar de fotobeurs Paris Photo en laten ons inspireren door wat we daar zien. We geven onszelf opdrachten, of maken in het weekeind dat we er zijn, foto's voor onze langlopende series. Zij bouwt aan haar collectie grafitti en ik spaar ik European Couples, Chiens de Paris en ben ik ooit begonnen met Parijse combinaties.

We hadden een boekje gezien van Paul Bogaers en vonden het idee fantastisch. We maakten enkele foto's waarbij we in de loop van ons verblijf een passende aanvulling zochten. Zo was ik na het maken van een foto van een blauw hangslot dagenlang op zoek naar iemand met een shawl in dezelfde kleur. De dame die zo'n shawl droeg, keek wat vreemd op toen ik mijn camera op haar richtte, maar ik was zeer tevreden met het resultaat. 

Afgelopen jaar schoot ik een foto van dit oranje lint en hoopte daar een tweeling bij te vinden. Bij het zien van de kleur van de wandversiering (rechts) maakte mijn hart een sprongetje. En toen er ook nog iemand voorbij liep, was ik helemaal gelukkig. Ik had weer een combinatie voltooid. In november zien of we er nog een paar kunnen maken, voor wat misschien ooit een zine (minitijdschrift) wordt.

Dimanche matin


 











Op ons jaarlijkse reisje naar Parijs aan het eind van het jaar, verraste de mist ons op de zondagmorgen. Dit leverde sfeervolle beelden op langs de oever van de Seine. De twee eilanden - Île Saint-Louis en Île de la Cité - zijn met bruggen verbonden aan de twee delen van de stad, en op de kruisingen van het water zijn de kaden een plek voor duiven en eenden. Vooral als het nog rustig is en er weinig wandelaars of hardlopers voorbij komen.

20 november 2025

Grand Palais revisited

 

 

 

 

 


 

 


Het Grand Palais in Parijs is de afgelopen vier jaar grondig gerenoveerd. Tijdens de Olympische Spelen van 2024 mochten de deuren al een stukje open, waarna afgelopen zomer de grote heropening plaats vond. Voor de sluiting had Paris Photo hier enkele jaren haar residentie, en dit jaar konden wij hier ook weer van de fotografiebeurs genieten. Het zag er piekfijn uit, en het bekijken van foto's van zoveel galeries is in een hoge, lichte ruimte als deze een genot. Veel beter dan het ondergrondse Caroussel de Louvre, waar we desondanks ook jaren de beurs bezochten.

Perspectieven


 

 

 

 

 

 

(Barbara Probst - Exposure)

In haar werk neemt Barbara Probst (of een model) altijd een plek in. Het is alleen de vraag welke plek. Ze fotografeert niet met één camera, maar met meer tegelijk. Zo waren jaren geleden op Paris Photo series van haar te zien, waarop je drie vrouwen zag, steeds vanuit een ander standpunt. De puzzel die ze je presenteert, maakt dat je langer naar het beeld blijft kijken.

Over de jaren is ze meer gaan spelen met de opstelling van haar modellen en met objecten in de ruimte waar ze fotografeert. Dit jaar (2025) hing deze serie op Paris Photo bij Kuckei + Kuckei Galllery uit Berlijn. Twee kleurenfoto's en twee zwartwit beelden. De kleuren en vormen zijn eenvoudig, de camera's komen gewoon in beeld. Het beeld van boven - dat in vroege series ontbrak - voegt extra dimensie toe.

23 juni 2025

Siel fan Súdwest




 

 

 

 



Het duurde drie jaar, maar nu is het zo ver. Tot en met 24 augustus exposeer ik in het Fries Scheepvaartmuseum met mijn foto's die een idee geven van de Siel fan Súdwest. Hester Postma benaderde me een paar jaar geleden, toen ze net directeur van het museum was geworden. Zouden de inwoners van de relatief jonge gemeente Súdwest-Fryslân zich als 'Súdwester' voelen? Of ik op zoek wilde gaan.

Ik reisde door de gemeente, vroeg tientallen mensen wat volgens hen de Siel fan Súdwest inhoudt, en ik maakte foto's. Van plekken die ik typerend of opvallend vind. Van degenen die ik sprak, of van mensen die iets deden dat paste in mijn beeld van Súdwest.

De term duidt niet zozeer de gemeente aan als wel een streek in Friesland. En daarom was ik ook af en toe over de grens te vinden, in Gaasterlân. Ik kreeg de mooiste antwoorden op mijn vraag 'Wie, wat of waar is de Siel fan Súdwest?' en ik nam die op. Citaten uit deze gesprekken zijn te horen in de expositie die tot en met 24 augustus is te zien in Sneek. Plus een (strenge) selectie uit alle foto's die ik nam.

Rode draad vormen grote foto's in kleur, die de verandering van de seizoenen laten zien. Van sneeuw op de daken van de wijk Noorderhoek in Sneek tot de spreeuwendans in januari bij IJlst. Daarbij zijn zwartwit foto's te zien van gebeurtenissen en activiteiten. Soms in groepjes en een enkele keer een losse foto. Van fietstochten in het voorjaar langs de elf meren, tot zeilwedstrijden in de late zomer op de Hegemer Mar. Van bijzondere gesprekspartners en van een kenmerkende brug.

Ik ben trots op het resultaat, al vallen er genoeg onderwerpen en gebeurtenissen te bedenken waar ik ook aandacht aan had kunnen besteden. Maar het is mooi dat er nu een punt is gezet, en wat voor een.

De Siel fan Súdwest sprak ook de samenwerkende musea in de gemeente aan. Als eerste gezamenlijke project hebben zij kunstenaars uitgenodigd om ook op zoek te gaan. Hun en mijn expositie samen vormen de gemeentelijke bijdrage aan de triënnale Arcadia. Behalve dat ik als fotograaf deelneem, ben ik ook artistiek leider van dat project. Ik heb de andere acht musea geholpen een keuze te maken en de gekozen kunstenaars bijgestaan, gefotografeerd en geïnterviewd tijdens hun residenties. Je vindt er hier alles over op www.museumzuidwestfriesland.nl/siel-fan-sudwest/. 









9 februari 2022

Zeldzame rassen

Maartje Roos - Lotje een Zeeuws-Fries melkschaap

Dit verhaal schreef ik voor de Leeuwarder Courant (4-2-2022):


Terug in de tijd met zeldzame rassen

In haar vrije werk mag fotograaf Maartje Roos graag teruggaan in de tijd. Bij het maken van het beeld Eartiids Earnewâld kwam ze op het spoor van zeldzame huisdierrassen. 

Veel mensen weten wel dat de orang-oetan en de ijsbeer op punt van uitsterven staan. Maar dichter bij huis dreigen ook bijzondere rassen te verdwijnen. Wat te denken van de Hyacintduif of het Groninger paard? Van de laatste zijn nog maar negen dekhengsten in leven. 

Fotograaf Maartje Roos kwam op het idee voor haar serie De laatste in hun soort bij het maken van de foto Eartiids Earnewâld: een beeld van het dorp zoals dat er honderd jaar geleden uit zal hebben gezien. Roos combineert altijd vele elementen tot één landschap en dat is ook dit keer het geval. Op de voorgrond onder meer een boer met twee Friese roodbonte koeien in een praam. 

,,As bern seach ik allinnich swartbûnte kij yn it lânskip’’, vertelt ze. Dat er meer rassen zijn, leerde ze later. Voor deze foto kwam ze in contact met de Stichting Behoud Roodbont Friese vee. Behalve voor het panorama Earnewâld, besloot ze een foto te maken van koe Janke 278 en zocht daarbij een passende stal. ,,Doe like it my moai dat dêr ek wat hinnen omrûnen…’’ Dat moesten natuurlijk Friese hoenen zijn, die er in allerlei kleurvarianten blijken te zijn. Op deze foto figureren twee exemplaren van het kleurslag roodkoekoek. Zo was een idee voor een nieuwe serie geboren. 

De Friese hoen (goudpel-haan) kwam op portret tegen de achtergrond van Friese tegeltjes. Het kevertje op de voorgrond is overigens een toevalstreffer. ,,Die rûn tafallich yn myn hûs. Dy is moai, tocht ik.’’

Roos verdiepte zich in de lijst van zeldzame huisdierrassen, en koos er een aantal dat de status bedreigd of zelfs kritiek draagt. Na de grupstal en de tegeltjes besloot ze dat ze hen wilde vastleggen in een passend decor: de omgeving waarin ze thuishoren met daarin een typerende boerderij. Ze dook in naslagwerken, nam contact op met allerlei rasverenigingen en bezocht bijvoorbeeld de hengstenkeuring van het Groninger paard. 

,,Yn de jierren tachtich is Baldewijn fan ’e slacht rêden. Om it ras te bewarjen, moat der in oar ras by ynfokt wurde. Sy binne der no mei oan ’e gong om wer in krachtich hynder werom te krijen mei foar folle spieren.’’ Ruin Gruno staat in een veld met bloeiend vlas, zoals dat vroeger veel op kleigrond werd verbouwd. ,,Foar it flaaks wie ik betiid op paad. Mar ik koe it fjild net fine... De blomkes wienen moarns noch net iepen, sa die bliken.’’ 

Op de achtergrond een typisch Groninger kop-halsromp-driekapboerderij. Toen ze eenmaal op gang kwam, stelde Roos zichzelf nog een eis. Ze wilde in haar serie ook de verschillende, passende seizoenen aan bod laten komen. Gruno staat in vlas dat bloeit rond juni, het blauwgrasland op de foto met de zwarte bij is rond dezelfde tijd in volle pracht. Haan Karel is een Kraaikop, die vooral voorkwam in Brabant en Gelderland. Hier koos de fotograaf voor de bloeiende fruitbomen van de Betuwe. ,,Ik woe beslist fan dy âlde stammen... en de blommen binnen einliks mar ien dei echt moai.’’ 

Al met al een heel geregel. Zo tufte ze helemaal voor niets naar Brabant voor een boerderij, omdat de eigenaar zijn woning niet op de foto wilde. Hij meende dat Roos alleen de bomen voor het pand nodig had. Om precies het uitzwermen van de zwarte bij te kunnen vastleggen, verbleef ze enkele dagen op Texel. En bij aankomst in Zeeland voor melkschaap Lotje bleek dat het Zeeuwse en Friese ras zo weinig verschillen hadden, dat tegenwoordig wordt gesproken van het Zeeuws-Friese melkschaap. De sneeuw viel overigens pas later... 

Met Brabant kwam het goed, de kortgevelboerderij Vagevuur in Aarle-Rixtel is beland op het portret van de Nederlandse landgeit Pier. Op deze foto ook perenbomen waaruit het blad al is gevallen, maar waaraan de vruchten gouden balletjes lijken. Dan zijn er nog Olivia de Bonte Bentheimer, die lekker naar eikels mag wroeten op het erf van een Twents loshoes. En Sjors het oranjegezinde Thrianta-konijn, tegen de met stro versierde gevel van een Drentse boerderij. ‘Als boeren geen geld meer hadden voor planken (...) dan gebruikten ze stro. De gekruiste strobindingen waren ook nog eens fraai, eenvoudig aan te brengen en zorgden voor goede ventilatie’, zo beschrijft Roos, die bij elke foto een korte toelichting schreef. 

Roos heeft alle door haar geportretteerde dieren samengebracht in het groepsportret Hommage. Daarmee brengt ze niet alleen een ode aan deze bijzondere rassen, maar ook aan de zeventiende-eeuwse schilder Roelant Savery. In een gestileerd bos staan bovendien twee extra gasten: het nog zeldzamer Hulstlander konijn Joris en de Saarlooswolfshond. Met de kop in de nek huilt hij als leider van de roedel, de laatste in zijn soort. 

Leeuwarden - Galerie De Roos van Tudor: Eewal 47-49, do en vr 13-17 u, za 11-17 u, 5 feb t/m 27 maart 2022, www.roosphotography.nl, www.roosvantudor.nl

3 januari 2022

Op vele fronten actief

 








Dit artikel van mij verscheen op 27 november in de Leeuwarder Courant. Ik maakte er bovenstaande foto van Christiaan bij.

Schilder Christiaan Kuitwaard op vele fronten actief

Christiaan Kuitwaard werkt zeer gedisciplineerd en op verschillende fronten. Maandag komt zijn 500ste White Box Painting online, en hij exposeert momenteel op Ameland en in Heerenveen.

Schilder en tekenaar Christiaan Kuitwaard uit Oldeberkoop heeft tekendwang en combineert die met een ijzeren discipline. Naast zijn hoofdwerk (olieverfschilderijen met landschappelijke structuren van strand, water, vogelvluchten of bosgrond) houdt hij enorm van schetsen en tekenen, en raakt daarbij nooit uitgekeken op bijvoorbeeld zijn eigen tuin of het strand van Vlieland. In Galerie Getekend in Heerenveen exposeert hij momenteel een overzicht van verschillende type tekeningen. 

Schetsboekjes tonen potloodtekeningen in klare lijnen van golven op het strand. Of de bloem uit de magnoliastruik, van het punt van openbreken tot het afsterven, in één lange leporello (uitvouwbaar boekje). Deze maakte hij met fineliner. ,,Sommige lijnen heb ik iets dikker aangezet, zodat ik de suggestie wek dat deze bloem dichterbij is. Anders heb je zoveel lijnen door elkaar’’, wijst hij op een tweede leporello met de levenscyclus van een amaryllis. 

De rastertekeningen op de expositie zijn iets ouder. Hierbij heeft Kuitwaard zijn papier opgedeeld in vakjes en deze ingevuld met rondjes, kruisjes, stipjes of streepjes, zodanig dat de impressie van een landschap ontstaat. De titel bomen versterkt dat idee. ,,In deze van 100 bij 100 heb ik dus 10.000 handelingen verricht’’, rekende hij uit. En dan telt hij niet mee dat hij sommige hokjes weer leeg gumde of aanvulde met een tweede vormpje of schaduw, om een mooier beeld te krijgen. 

Soms gebruikt hij een raster van puntjes of dunne lijnen over een ‘gewoon’ landschap. Zo wekt hij de suggestie dat de bezoeker van binnen naar buiten kijkt. ,,Ik vind het fijn om duidelijk te maken dat het niet de realiteit is.’’ 

Naast lineaire tekeningen toont hij bovendien tonale tekeningen, met zachte overgangen tussen de grijstinten. ,,Voor mij zijn die twee disciplines gescheiden, al probeer ik ze tegenwoordig ook met elkaar te combineren’’, zo valt te zien in de expositie. 

De expositie in Galerie Getekend is niet de enige voor Kuitwaard. Tot 1 december exposeert hij met fotograaf Johannes Bosgra uit Burgum tijdens Kunstmaand Ameland in Maritiem Centrum Abraham Fock. De twee kennen elkaar van het project Verhalen in het Landschap, waarin Kuitwaard Bosgra begeleidde. Ze hebben een klik. Ze delen de zorg voor de teloorgang van de natuur en houden van dezelfde muziek. 

In hun project Schakels bewerkt Kuitwaard foto’s van bomen en bos, die Bosgra heeft gemaakt. ,,Hij stuurt me er een aantal toe. Daar selecteer ik uit. Soms vraag ik hem of hij ze nog wat wil bewerken: lichter of donkerder maken bijvoorbeeld.’’ Bosgra print de foto’s op glanzend fotopapier. Kuitwaard: ,,Dat levert een mooi contrast op met de bewerking. En olieverf hecht erg goed op dat papier.’’ Hij toont daarbij geen respect voor de foto’s, bekent Kuitwaard. ,,Ik durf er alles mee te doen: schuren, krassen en beschilderen.’’ 

De werken die nu te zien zijn, hebben ze voorlopig Etudes genoemd. Het zijn voorstudies van wat uiteindelijk werken van 1 bij 1 meter moeten worden. Het tweetal wil componisten uitnodigen er muziek bij te maken. ,,Jacob ter Veldhuis bijvoorbeeld. Of Kate Moore, Nils Frahm... En het liefst Philip Glass, maar die is misschien wat te hoog gegrepen.’’ 

En dan zijn daar al sinds 2010 zijn White Box Paintings. Maandag publiceert hij online zijn vijfhonderdste stilleven uit deze serie. ,,Ik werk altijd vooruit.’’ Die van maandag is dus al zo’n anderhalve maand klaar. ,,Het paneel moet een tijdje de droogkast in en daarna scan ik ’m.’’ 

Tientallen, zo niet honderden voorwerpen heeft hij al wit geschilderd. En eenmaal wit gepositioneerd in dezelfde halfopen witte kist, zodat hij zich vooral kan toeleggen op de schaduwen van het voorwerp. Een glas of kopje, een stukje papier, takken of schedels, een fles schoonmaakmiddel of een dood vogeltje... 

Elke week maakt hij zo’n schilderij, altijd op hetzelfde formaat paneel. ,,In olieverf, nat in nat.’’ Twee boeken verschenen er inmiddels met de eerste delen van deze collectie. Museum More in Gorssel besteedde er twee jaar geleden uitgebreid aandacht aan. ,,Ook hier maak ik tekenstudies voor’’, zegt hij tussen neus en lippen door. 

Alsof dit allemaal nog niet genoeg is, begon hij onlangs met Jan Kleefstra aan Boswerk. Nadat ze samen een jaar lang elke vrijdagmiddag ergens in het veld samenkwamen om een aquarel (Kuitwaard) en notities (Kleefstra) te maken, resulterend in het boek Veldwerk, richten ze hun blik nu op de Friese bossen. Opnieuw gaan ze een jaar lang elke vrijdag op stap. Er is één verschil met vorige keer. Kuitwaard lacht: ,,Maar nu ’s ochtends.’’ 

30 december 2021

Panorama's


 






(foto Siebe Swart)

In Museum Panorama Mesdag hangen momenteel grote zwart-wit panorama's van Siebe Swart. Voor de Leeuwarder Courant schreef ik erover, in mijn fotorubriek. 

Panorama's in de stijl van Mesdag

Maak de eettafel maar helemaal leeg, voordat je het boek Time and tide wait for no man van Siebe Swart (Amsterdam, 1957) openslaat. Want dit is pas echt panoramafotografie. Het uitgestrekte landschap met zonsondergang bij Noordpolderzijl is de enige foto in kleur in het boek. Verder beperkt Swart zich tot zwart-wit. 

Echt wit zijn zijn foto’s overigens niet. Het boek (uitgegeven in eigen beheer) is gedrukt op heel lichtgrijs papier, waardoor witte elementen in zijn fotografische landschappen nooit te ‘hard’ zijn. Windmolens zijn zo geen indringers in het landschap, maar objecten in de verte. Vergelijkbaar met verweerde palen van oude golfbrekers of Wachters van Walcheren bij Westkapelle. Het grijs maakt het geheel tegelijk iets omfloerst en een tikkeltje somber. 

Swart leerde tijdens zijn opleiding aan de AKI in Enschede werken met een zogeheten technische of platencamera, beeldbewerken en afdrukken. Zijn eerste opdracht was het fotograferen van Amsterdam in panorama. Daarvoor maakte hij verschillende foto’s vanuit hetzelfde standpunt terwijl de zon opkwam. Het ene deel nog donker, een ander deel al verlicht. Die monteerde hij tot één geheel.

Tegenwoordig fotografeert Swart digitaal met een robotcamera die tientallen beelden maakt van een plek die hij kiest. Thuis smeedt hij die in zijn computer samen tot een enorm moederbestand, waaruit hij het beeld selecteert dat hij voor ogen had. 

Weidsheid en leegte, zonsopgang, storm of mist zijn de ideale omstandigheden voor de fotograaf, vindt Swart, die het liefst in de ochtend fotografeert, als het net licht wordt. Zijn beelden zijn over de volle breedte scherp, waardoor alle elementen zoals ribbels in het zand, vogels boven de kim, schuim op de golven en zeekraal in het slib te onderscheiden zijn. Ze variëren in grootte van twee pagina’s tot twee plus nog eens twee uitvouwers van anderhalve pagina.

Het is niet voor niets dat ze tot eind februari te zien zijn in Museum Panorama Mesdag in Scheveningen. Hendrik Willem Mesdag schilderde 140 jaar geleden het uitzicht op de zee en Scheveningen vanaf het Seinpostduin. Dat duin zou worden afgegraven om plaats te maken voor hotels en vakantievilla’s. Zijn werk kun je zien als een ‘politiek protest’. Ook Swarts foto’s dwingen tot nadenken over de natuur, de zee en ons handelen. Voor je ’t weet is dit weidse landschap verloren.

Internationale


 







Deze foto maakte ik voor de Leeuwarder Courant bij onderstaand artikel:

'Internationale' schalt door Tripgemaal

GERSLOOT ‘Ontwaakt verworpenen der aarde’, klonk het zaterdagmorgen luidkeels in het Tripgemaal. Frits Lambrechts leende zijn stem aan Domela Nieuwenhuis en zong mee met het koor De Reade Hoeke. 

Hij heeft vrijdagmiddag in de kleine studio van Adri de Boer de lezing ingesproken, die Domela Nieuwenhuis in 1889 in Café Zwart in Appelscha hield. Nu zit oud-acteur en-zanger Frits Lambrechts in het Tripgemaal te luisteren naar het koor De Reade Hoeke uit Heerenveen en omgeving. ,,Kom op, ferskopten dy’t wy binne’’, zingen de mannen en vrouwen in het Fries. De andere aanwezigen zijn muisstil, want er worden opnames gemaakt. 

Lambrechts kreeg twee jaar geleden al het verzoek van Jort Mercuur en Miriam van der Meer om zijn stem te lenen aan Domela Nieuwenhuis, in Friesland liefkozend Us Ferlosser genoemd. Hij kwam op voor de veenarbeiders, die in erbarmelijke omstandigheden werkten en leefden. 

In 2019 was het honderd jaar geleden dat Domela stierf. Mercuur en Van der Meer vonden dat de socialist in dat herdenkingsjaar te horen moest zijn in hun historische tentoonstelling over turfwinning en leefomstandigheden in de streek. Jorts vader Thom Mercuur wilde dat het Tripgemaal een gedenkplek voor de voormalig dominee zou zijn, en dan past zo’n soundscape daar helemaal bij. 

Door de bekende omstandigheden, kwam het niet eerder van de opnames, maar Lambrechts is dit weekeinde op dreef. Domela kwam oorspronkelijk uit Amsterdam. Hij was een rijzige man en kon zonder elektronische versterking een menigte toespreken. Er is natuurlijk in die tijd nooit een opname gemaakt. Dat er een lezing bewaard is gebleven, is te danken aan een ijverige stenograaf. ,,Terwijl mensen van heinde en ver kwamen om hem te horen spreken’’, aldus Van der Meer. 

,,Mensen waren dan muisstil, want ze wilden geen woord missen’’, meent Lambrechts. Dat hij werd gevraagd, is geen wonder. De Amsterdamse acteur heeft ondanks zijn 85 jaar nog een dijk van een stem. Bovendien zong hij in zijn jonge jaren menig strijdlied. 

Dat blijkt als Han Steenbruggen, directeur van Museum Belvédère, ook even komt luisteren. Hij heeft twee oude singletjes meegenomen. Eén waarop Lambrechts met Jules de Korte Waar blijft de tijd zingt, en een zogeheten Varagram met Samen staan we sterk en De zegeningen van het kapitaal. Steenbruggens ouders waren lid van de socialistische omroepvereniging. ,,Je kon zo’n plaatje zó bestellen’’, zegt hij. ,,Toen was de VARA nog links’’, constateren de mannen met de nodige weemoed.

Lambrechts was dit weekeinde te gast in Gersloot. Vrijdagavond heeft hij doorgebracht met Van der Meer en Mercuur, onder het genot van een goed glas rode wijn. Want ja, hij drinkt wel. In tegenstelling tot Domela, die behalve vegetariër ook de drank afzwoor met de woorden: ‘Drinkende arbeiders denken niet, denkende arbeiders drinken niet’, vertelt Martzen Dijkstra, dirigente van De Reade Hoeke. 

Het koor ontstond in de jaren tachtig, de tijd van de vredesbeweging. Destijds was het een echt strijdkoor, en reisde het naar festivals om soortgelijke ensembles te treffen. De Internationale staat uiteraard op het repertoire en wordt in het Tripgemaal ook gezongen. Als Lambrechts zich bij de groep aansluit, davert zijn nog altijd formidabele stem over die van de anderen heen. 

Het koor zingt tegenwoordig ook andere nummers. Zoals Tourdion, een Frans drinklied. ,,Mooi hè’’, zegt Lambrechts als hij weer op een bankje zit te luisteren, in afwachting van soep en brood. Maar laat Domela het niet horen...

10 juni 2021

'Voor de ander niks, voor mezelf is hier alles'

 

Deze foto maakte Caroline Penris van Klaas Pieterman uit Niekerk. Hij is een van de mensen die zij sprak voor haar project Komen en gaan. Van hem is het citaat: 'Voor een ander niks, voor mezelf is hier alles.'

Penris verhuisde zelf in 2016 voor de liefde van Groningen naar Eenrum. Het was haar twintigste verhuizing. In Eenrum kwam ze mensen tegen, die de tachtig waren gepasseerd, maar het dorp nog nooit hadden verlaten. Hoe kwam het dat zij nooit een reden hadden gehad om te verhuizen? Die vraag vormde het begin van Komen en gaan. Want hoe zat het met anderen in de gemeente Hogeland?

Penris portretteerde verschillende mensen. Van de Braziliaans-Nederlandse Anne die Rottum als toevluchtsoord ging zien tot Hans Kosmeier, de laatste bewoner van borg Verhildersum. Ze laat ze vertellen waarom ze zich al dan niet thuis voelen op de plek waar ze wonen. Wat zien ze in het land achter de dijk en waarom passen die ruimte en stilte soms als een cocon.

Voor de Leeuwarder Courant besteedde ik aandacht aan Komen en gaan in mijn maandelijkse fotorubriek. Wie interesse heeft in de verhalen, kan die nalezen op de eigen website van het project: www.komenengaan.online en kan daar ook het boek bestellen. Daarin komen Penris' foto's nog beter uit dan op de site.

De portretten zijn persoonlijk en aangevuld met beelden die het verhaal versterken. Je krijgt zo meteen een goed beeld van de omgeving waarover de geïnterviewden praten. De ruimte, de dijk, de wind in de bomen... En dan zijn daar bovendien de vogels, altijd al een mooi symbool voor komen en gaan. 

8 juni 2021

NL in het kwadraat


 










Dit is een foto van Martin Hierck, uit zijn boek NL2 (dat je leest als NL kwadraat). Ik schreef er het volgende artikel over in de Leeuwarder Courant:

Een rechte rij populieren langs een al even strak kanaal. Vierkante huizenblokken aan het water. Een man p een fiets met vier plastic tassen van dezelfde supermarkt. Een gele prullenbak op een verder grijze parkeerplaats, omzoomd met onbestemd groen. De foto's van Martin Hierck laten Nederland zien in z'n alledaagsheid. 'Dat wat niet als fotogeniek wordt beschouwd, daar iets fotogenieks van maken'. zo zegt hij zelf.

Hierck spiegelt zich aan William Eggleston (1939), de Amerikaanse fotograaf die eind jaren zestig als een van de eersten kleur gebruikte in zijn kunstfotografie. Kleur werd door zijn collega's destijds geassocieerd met commercie en toerisme, de expositie van zijn foto's in het Museum of Modern Art in 1976 was dan ook een doorbraak. Vanwege de verzadigde kleuren en vanwege zijn stijl. Eggleston fotografeerde zijn dagelijkse omgeving. Daar het best  van maken en deze vastleggen met fotografie, zonder oordeel en zonder zijn eigen smaak te laten meewegen. 'It was just there, and I was interested in it', zei hij. Zijn observerende stijl word daarom 'democratisch' genoemd.

Wat onderwerp betreft sluit Hierck aan bij Eggleston, maar in  kleur niet. Integendeel. De fotograaf uit Zeist wilde voor dit project geen felle, verzadigde kleuren en grote contrasten. 'Ik had als nel een plaatje in mijn hoofd van grijs, overbelicht en strak. 'Hij laat zijn camera in de tas als de lucht strakblauw is. 'voor mij geen blauwe luchten met witte wolken. Wel blauw, maar nevelblauw.'

Wat niet wil zeggen dat zijn foto's somber zijn. Eerder wat mistig en dromerig. 'Ik besloot al snel dat ik deze serie vierkant wilde doen. Om de foto's een polaroid-achtige uitstraling te geven.' Dat zachte kleurenpalet past daarbij.

Het idee voor NL2 - Een vierkante kijk op het gewoonste land van de wereld kreeg hij gek genoeg door veel te reizen. 'Elke keer als ik op Vliegveld Eindhoven of Schiphol landde en naar huis reed, zag ik diezelfde lijnen in het landschap. Dezelfde structuur... overal gelijk.' Afgelopen jaar reisde hij door eigen land. 'Ik ben op Schiermonnikoog geweest en naar Groningen, verschillende keren naar Noord-Holland, Rotterdam en Den Haag...'

Hierck wil met zijn foto's een verhaal vertellen. Dit visual storytelling doet hij sinds een jaar of tien, sinds hij een workshop storytelling volgde bij Guus Rijven in Den Haag. 'Daar hoorde ook een portfolio review bij. Je kunt een eigen stijl hebben, maar van een autoriteit als Rijven leer je anders te zien.' Voor die tijd was Hierck vooral natuurfotograaf.

Hij werkt bij Vogelbescherming Nederland en geeft daar onder meer cursussen natuurfotografie. Op zijn website staat een aantal series die hij sindsdien maakte. Blossom fails to bloom this season zijn foto's die hij op een roadtrip door het Westen van de Verenigde Staten maakte. Eggleston is hier zijn directe inspiratiebron. Garzweiler II gaat over het verdwijnen van kleine Duitse grensdorpen, die plaats moeten maken voor open mijnbouw. Iceland is een serie gemaakt op IJsland. En met Soviet Memories laat hij zien dat de Sovjet-Unie nog steeds aanwezig is in het hedendaagse Rusland.

Meer actuele verhalen heeft hij van zijn website gehaald. Pogingen om deze gepubliceerd te krijgen in landelijke kranten liepen op niets uit. 'Ze krijgen zoveel aangeboden, het is moeilijk daar tussen te komen', verzucht hij. De serie Nederlandse beelden liet hij aan fotograaf en programmamaker Ruben Terlou zien. 'Die moedigde me aan er iets mee te doen. 'Ze zijn anders dan andere boeken over Nederland. Dat moet je gaan proberen', vond hij.'

Voor NL2 probeerde Hierck daarom een uitgever te vinden. 'De meesten willen wel, maar dan moet je 10.000 euro meenemen.' Met crowdfunding lukte het hem niet de financiering rond te krijgen. Totdat hij bij communicatiebedrijf Rotterdam Veenman+ van Edwin Veekens terechtkwam, met de eigen uitgeverij Kyosei. 'Hier had men er het volste vertrouwen in' en de samenwerking resulteerde in een boek op stoeptegelformaat.

Het is door elke boekhandel te bestellen uit het Centraal Boekhuis. Wie het in handen heeft, kan gaan speuren of hij locatie van de foto's herkent. De vuurdoorn tegen een garage met kanteldeur, de oranje brievenbus op een verlaten straathoek en de uitvergrote puntzak friet naast een aftands schuurtje verraden niets. Er is eigenlijk maar één uitzondering op die generalist6ische beelden: die ene kruising met bewegwijzering naar Abrahams Mosterdmakerij...

Martin Hierck - NL2 - een vierkante kijk op het gewoonste land van de wereld, met essay van Jean-Paul Geelen, Uitgeverij: Kyosei, (132 pag, 34.95 euro), www.hierck.com, www.kyosei.nl 

6 mei 2021

Steeds vooraan bij Eurovisiesongfestival









(FOTO JASPER JUINEN)

Op 18, 20 en 22 mei staat Rotterdam in het teken van de halve finales en finale van het Eurovisiesongfestival 2021. Het is de vijfde keer dat Nederland het festival organiseert. De afgelopen 65 jaar stond de fotopers altijd vooraan en dat levert een mooi overzicht op in Eurovisiesongfestival 65 jaar zingen.

In het boek – uitgegeven door het beeldmagazine Hollandse Beelden – staan foto’s van alle Nederlandse deelnemers van de afgelopen 65 jaar. Van de eerste zangeressen Corry Brokken en Jetty Paerl tot verliezend half-finalisten als Hind, De Toppers, de 3JS en Glennis Grace. Bij elk van hen staat vermeld hoeveel punten ze kregen voor hun liedje, welke plaats ze wisten te halen en wat er met hen gebeurde na het songfestival. Het fotoboek heeft – toepasselijk – het formaat van een klassiek 45-toeren singletje.

Het biedt niet alleen een mooi overzicht van artiesten, maar ook van outfits en de aankleding van de podia. Je ziet het evenement groeien van ‘vocaal verantwoord onderonsje’ tot een ‘multimediaal amusementscircus’ dat wereldwijd bijna 200 miljoen kijkers aan de buis gekluisterd houdt.

Tot 1968 traden de Nederlandse artiesten nog keurig op in galajurk of pak naast een orkest. Maar na Ronnie Tober werd de invloed van de nieuwe tijd zichtbaar in de wijde mouwen van Lenny Kuhr, de minirokken van Hearts of Soul en de broekpakken van Saskia en Serge. ‘Hippies’ Mouth en MacNeal behaalden in 1974 de derde plaats met hun I see a star. Het jaar dat ABBA won met Waterloo. Evenmin in galakleding.

Voor het boek is gebruik gemaakt van foto’s uit allerlei bronnen. In de beginperiode zijn dat het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, en persbureaus als Spaarnestad en ANP, en de archieven van individuele fotografen. In de beginjaren stond Inez van ’t  Hoff vooraan. En Harry Pot was de gelukkige die winnaar Teach-In mocht vereeuwigen in de Zweedse sneeuw. Persoonlijke anekdote: ik had als scholier pianoles van de man met de breedste baard, Ard Weeink.

Herman Pieterse bezocht jarenlang de nationale finales, internationale generale repetities en finales, en portretteerde maar liefst negen Nederlandse deelnemers: Maribelle, Frizzle Sizzle, Marcha, Justine Pelmelay, Humphrey Campbell, Ruth Jacott, Willeke Alberti, Maxine en Franklin Brown, en Mrs. Einstein. De laatste jaren duiken meer typische persbureaus van de showbusiness op zoals EPA en Kippa.

De redactie heeft gekozen voor een mooie mix van persfoto’s, beelden van de nationale finales en van het uiteindelijke festival. Ze heeft daarbij vooral gezocht naar Nederlands fotografietalent en dat gevonden in onder anderen het werk van Rick Nederstigt, Ilvy Njiokiktjien en Sander Koning.

Natuurlijk draait alles in de show om het ‘mooie plaatje’ en is er voor fotografen minder persoonlijke eer aan te behalen. Koning maakte wel een verrassende foto van Waylon op Praça Dom PedroI V in Lissabon, waar hij een straatoptreden geeft. En ook zijn foto van Douwe Bob met entourage na het behalen van de finale is een wat minder voor de hand liggend beeld. Maar de meest opvallende foto in dit boek is die van Marlayne na afloop van haar optreden in Jeruzalem in 1999, gemaakt door Jasper Juinen. Niks glamour, alleen een dromerige glimlach en vermoeide voeten.

Eurovisiesongfestival 65 jaar zingen is een uitgave van Hollandse Beelden. Redactie: Leo Blom en Roel Rozenburg. Prijs: 17,50 euro (132 blz., 68 foto’s). www.hollandsebeelden.nl

(dit artikel verscheen op 30 april in de Leeuwarder Courant)

27 april 2021

Ochtendstond

 








Anderhalve week geleden vierden we de verjaardag van Jan. Dat deden we in Eenrum. Het was nog vroeg toen ik zondagmorgen even de camper uit moest. Toen ik zag hoe mooi mistig het was, kon ik het niet laten even de telefoon te pakken voor een snelle foto. De blik over de Eenrumermaar richting Eenrum.

6 april 2021

Miltvuurbosjes









Veel lezers zullen ze nog kennen, die aparte groepjes bomen in een verder leeg landschap. Miltvuurbosjes, waar je als kind niet mocht spelen. Waar kadavers lagen begraven en een geheimzinnig aura omheen hing. Fotograaf Janne van Gilst van het Zeeuwse Noord-Beveland is gefascineerd door deze ‘onzichtbare tekens in het landschap’.

Het is zeker vijf jaar geleden dat ze een televisieprogramma zag over dergelijke landschapselementen. Hierin kwam Jacob van der Vaart van de Fryske Akademy aan het woord, sociaalgeograaf uit Broek. Nadat Van Gilst drie jaar had gewerkt aan een project over werkpaarden, wilde ze iets nieuws. Ze besloot onderzoek te doen naar miltvuurbosjes en begon deze te fotograferen. Analoog, dus op film.

Afgelopen zes weken deed Van Gilst tijdens een residency in Kunsthuis SYB verder onderzoek en sprak Van der Vaart. Rond Beetsterzwaag zelf zag ze eerst door de bomen de bosjes haast niet. Maar toen ze mensen op straat vroeg of die het fenomeen kenden, kwamen de verhalen los. Bovendien vond ze er zelf een aantal bij Gorredijk. ,,Toevallig bleek Opsterland een van de meest door miltvuur getroffen gebieden van Nederland te zijn.’’

Na een oproep in lokale media stond de telefoon roodgloeiend. Het onderwerp leefde, zoveel was duidelijk. Van Gilst nam een aantal interviews op en printte haar foto’s met cyanotypie. Deze techniek werd in 1842 ontdekt door John Herschel. Ammoniumijzercitraat en kaliumhexacyanoferraat veranderen onder fel licht in Pruisisch blauw. Anna Atkins bracht indertijd boeken uit waarin ze met deze methode varens en andere planten beschreef, zij wordt daarom wel gezien als eerste vrouwelijke fotograaf.

De negentiende-eeuwse techniek stamt uit een tijd dat boeren hun door ziekte (tyfus, longpest of miltvuur) getroffen vee nog met ongebluste kalk bedekten en op eigen land begroeven. Vaak groeven ze er een sloot omheen, zodat niemand erbij kon komen, en ze plantten bomen op zo’n massagraf als waarschuwing voor de besmettingshaard. De sporen van anthrax of miltvuur kunnen immers nog eeuwen goed blijven. De ontwikkeling van het enten maakte in 1855 een eind aan deze praktijk.

De kennis over miltvuurbosjes zal met de tijd verdwijnen. ,,Omdat de vergoeding voor schade bij miltvuur laag was, werd deze haast niet aangevraagd. Dus is er nauwelijks registratie over te vinden.’’ Ook de negatieven van Van Gilst hebben niet het eeuwig leven, en de blauwdrukken zullen onder invloed van licht langzaam vervagen. Zo sluit haar serie niet alleen aan bij Atkins fotografie van planten, maar geeft Van Gilst haar verhaal op passende wijze vorm. Als een langzaam vervagend mysterie.

(Dit artikel verscheen vrijdag 26 maart in cultuurbijlage Freed van de Leeuwarder Courant)

24 maart 2021

Nightflight



















Flight into the night heb ik deze foto genoemd. Ik stuurde hem vorig jaar in voor de Life Framer wedstrijd, waarop ik een abonnement had genomen. Ik vond dat ik mezelf moest uitdagen om nieuw werk te maken, en met mijn aanmelding had ik elke maand een thema waar ik foto's bij kon maken of zoeken uit mijn archief.

Toen ik me inschreef in januari 2020 was het thema night life. Vandaar deze foto. Maar ik maakte weinig kans, denk ik. Als ik het werk van de winnaars van de afgelopen keren bekijk, is alleen een mooie, losse foto niet genoeg. Het plan om daaraan te gaan werken, schoot er afgelopen jaar bij in. Maar nu ik de foto zo zie, denk ik dat die wel gaat passen bij mijn Starling Stories.
 

10 maart 2021

Beautiful birds


 

 

 

 

 

 

De afgelopen weken bleven de spreeuwen maar vliegen boven de Houtwiel bij Feanwâlden. Natuurlijk kan ik niet alle avonden die kant op om te zien of ze mooie figuren maken in de lucht, maar ik ben gegrepen door het virus. Als het werk en het weer het toelaten, probeer ik er te zijn. Op 7 maart werden we getrakteerd op een serie heel bijzondere formaties, zoals deze.

Als ik al mijn foto's zo op een rijtje zie, dan valt er een heel verhaal te vertellen over deze ongelooflijke samenkomsten. Daar ga ik me de komende tijd mee bezig houden, en ik zal jullie laten weten waar de resultaten te zien zijn. Kijk ondertussen ook eens op de websites van andere fotografen, die werk maken van dit onderwerp, zoals Johannes Bosgra, Laura Zwaneveld en Marcel van Kammen. Bovendien schreef Elisabeth Post een mooi artikel in de Leeuwarder Courant over de fascinatie voor het spreeuwenballet.


24 februari 2021

Protte protters









Het is al weken een dagelijks terugkerend ritueel: duizenden spreeuwen verzamelen zich voor de nacht in de Houtwiel bij Feanwâlden. Het zijn er echt onnoemlijk veel. De ene avond zitten ze vooral in bomen of op elektriciteitsmasten voor ze zich in het riet en de struiken laten vallen. De andere keer vliegen ze langere tijd boven het natuurgebied en maken ze prachtige figuren. Vooral als slechtvalken proberen een prooi te bemachtigen en de vogels uit elkaar drijven.

Er zijn fotografen die hier - net als de spreeuwen - haast dagelijks komen en inmiddels een enorm archief hebben opgebouwd. Johannes Bosgra won al verschillende prijzen met zijn serie 'Murmurations'. Laura Zwaneveld verkoopt werk waarin de spreeuw(en) een belangrijke rol spelen. En Marcel van Kammen zoekt nog altijd naar die ene witte spreeuw, die hij ooit wist te spotten tussen al die zwarte gevederde vriendjes.

Ik probeer af en toe ook de mooie bewegingen vast te leggen, maar niet met het idee dat ik er iets mee moet. Dat geeft wat meer rust, en het biedt ook de gelegenheid gewoon te kijken en te genieten. Want het is prachtig. Niet alleen om te zien, maar ook om te horen. De groepen die vlak boven je hoofd vliegen, soms rustig, soms met veel vaart. En dan dat pruttelende geluid...

In het Fries heet een spreeuw 'protter'. Dat lijkt een onomatopee, een klanknabootsing als naam. Maar het Friese woord voor 'veel' is 'in protte'. En dat past dan ook weer heel goed bij zo'n zwerm spreeuwen.