Posts tonen met het label Beetsterzwaag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beetsterzwaag. Alle posts tonen

6 april 2021

Miltvuurbosjes









Veel lezers zullen ze nog kennen, die aparte groepjes bomen in een verder leeg landschap. Miltvuurbosjes, waar je als kind niet mocht spelen. Waar kadavers lagen begraven en een geheimzinnig aura omheen hing. Fotograaf Janne van Gilst van het Zeeuwse Noord-Beveland is gefascineerd door deze ‘onzichtbare tekens in het landschap’.

Het is zeker vijf jaar geleden dat ze een televisieprogramma zag over dergelijke landschapselementen. Hierin kwam Jacob van der Vaart van de Fryske Akademy aan het woord, sociaalgeograaf uit Broek. Nadat Van Gilst drie jaar had gewerkt aan een project over werkpaarden, wilde ze iets nieuws. Ze besloot onderzoek te doen naar miltvuurbosjes en begon deze te fotograferen. Analoog, dus op film.

Afgelopen zes weken deed Van Gilst tijdens een residency in Kunsthuis SYB verder onderzoek en sprak Van der Vaart. Rond Beetsterzwaag zelf zag ze eerst door de bomen de bosjes haast niet. Maar toen ze mensen op straat vroeg of die het fenomeen kenden, kwamen de verhalen los. Bovendien vond ze er zelf een aantal bij Gorredijk. ,,Toevallig bleek Opsterland een van de meest door miltvuur getroffen gebieden van Nederland te zijn.’’

Na een oproep in lokale media stond de telefoon roodgloeiend. Het onderwerp leefde, zoveel was duidelijk. Van Gilst nam een aantal interviews op en printte haar foto’s met cyanotypie. Deze techniek werd in 1842 ontdekt door John Herschel. Ammoniumijzercitraat en kaliumhexacyanoferraat veranderen onder fel licht in Pruisisch blauw. Anna Atkins bracht indertijd boeken uit waarin ze met deze methode varens en andere planten beschreef, zij wordt daarom wel gezien als eerste vrouwelijke fotograaf.

De negentiende-eeuwse techniek stamt uit een tijd dat boeren hun door ziekte (tyfus, longpest of miltvuur) getroffen vee nog met ongebluste kalk bedekten en op eigen land begroeven. Vaak groeven ze er een sloot omheen, zodat niemand erbij kon komen, en ze plantten bomen op zo’n massagraf als waarschuwing voor de besmettingshaard. De sporen van anthrax of miltvuur kunnen immers nog eeuwen goed blijven. De ontwikkeling van het enten maakte in 1855 een eind aan deze praktijk.

De kennis over miltvuurbosjes zal met de tijd verdwijnen. ,,Omdat de vergoeding voor schade bij miltvuur laag was, werd deze haast niet aangevraagd. Dus is er nauwelijks registratie over te vinden.’’ Ook de negatieven van Van Gilst hebben niet het eeuwig leven, en de blauwdrukken zullen onder invloed van licht langzaam vervagen. Zo sluit haar serie niet alleen aan bij Atkins fotografie van planten, maar geeft Van Gilst haar verhaal op passende wijze vorm. Als een langzaam vervagend mysterie.

(Dit artikel verscheen vrijdag 26 maart in cultuurbijlage Freed van de Leeuwarder Courant)

22 februari 2021

Panorama



In deze blog lijkt de foto heel klein, maar als je 'm aanklikt zie je wat de bedoeling is. In een serie van vier foto's heb ik het atelier van Eja Siepman van den Berg in Beetsterzwaag gefotografeerd. Dat is inmiddels al bijna een jaar geleden.
 
Door corona voelde het eerst niet goed om mensen te vragen hun werkruimtes voor me open te stellen. Het kost wel even om uit te dokteren hoe je de foto's moet maken, om zo'n geschakeld panorama goed te krijgen. Daarna was de druk ook wat van de ketel, omdat allerlei bestaande exposities werden doorgeschoven en de opdrachtgever geen haast had met dit project.
 
Nu lijkt er toch weer schot in te komen. Dit voorjaar hoop ik nog vier ateliers te fotograferen van schrijvers en kunstenaars in Friesland.

18 oktober 2013

Nogmaals 'Art Fairs'














(foto Dolph Kessler)

Wanneer is iets kunst? Dat is een vraag waarover kunstenaars en publiek behoorlijk in discussie kunnen gaan. Fotograaf Dolph Kessler draagt met 'Art fairs revisited' een steentje bij.

In 1998 exposeerde Tracy Emin in Londen een onopgemaakt bed, met in de lakens vlekken veroorzaakt door drank en lichaamsvocht, met naast het bed overvolle asbakken, restanten van porno en aanverwante zaken. Toen de suppoost even weg was, maakten twee jonge Chinese kunstenaars van de gelegenheid gebruik voor een kussengevecht. Ze gebruikten het bed als trampoline.

Bij een expositie van kunstenaarsmeubelen van Paul Beckman in Museum Boijmans van Beuningen gebruikten een jongen en een meisje een sculptuur dat 'duidelijk het aanzien had van een keurig opgemaakt bed', om daarop 'hun natuurlijke wil met elkaar te doen', zo verhaalde Gerard Reve later.
Dit voorbeeld en nog enkele werden zondag aangehaald door kunstcriticus Huub Mous, bij de opening van de foto-expositie van Dolph Kessler in Kunstruimte Wagemans in Beetsterzwaag. 'Het tentoonstellen is kunst aan het worden. En omgekeerd: kunst wordt de kunst van het tentoonstellen.' Iets soortgelijks constateert hij in de foto's van Kessler. 'Er tolt iets rond in deze foto's. zoals in kunst van onze tijd al heel lang iets aan het rondtollen is.'

Tussen 2006 en 2009 fotografeerde Kessler wereldwijd op belangrijke kunstbeurzen, zoals Frieze Art Fair in Londen en Art Dubai. Hij richtte zich toen op theatrale interactie tussen de tentoongestelde werken, galeriehouders en publiek. Dit resulteerde in het boek 'Art fairs'.

In Beetsterzwaag toont hij het vervolg op dit project: 'Art fairs revisited'. Dit keer beperkte Kessler zich tot kunstbeurzen in Nederland en Art Brussel en verlegde hij zijn focus. Al bij zijn eerste project was hem opgevallen dat in de opbouw en afbraak van de beurzen soms spontane installaties ontstonden. Onbedoeld worden soms kleine of grote kunstwerken gecreëerd met een link naar moderne kunst.

'Hij was er vanaf de eerste minuut, waarin nog geen kunst in beeld is en de lege stands hun zijwanden verwachtingsvol als open armen lijken uit te spreiden voor de werken die onderweg zijn. Vervolgens wordt die leegte langzaamaan gevuld met kisten en in noppenfolie verpakte werken', schrijft Robbert Roos (hoofdcurator van Kade in Amersfoort) in zijn bijdrage aan het boek.

Soms twijfelde Kessler zelf. Zoals bij een ruimte met opgestapelde pallets. 'Ik liep er langs en wist niet zeker of dit een kunstwerk was of niet. Toen ik later terugkwam, was er een boekwinkel ingericht.'

En dan dat kunstwerk dat bestaat uit twee stoelen en een rood, een zwart en een blauw vlak. Zo op het eerste gezicht stonden hier dozen die nog uitgepakt moesten worden. 'Toen ik na vier dagen - aan het eind van de beurs - nog eens passeerde had iemand er die voorste doos tegenaan gezet. Daarvan heb ik een foto gemaakt.'

'Art fairs revisited' bestaat uit twee delen. Het eerste bevat 41 stillevens. Na de bijdrage van Roos volgt een tweede deel waarin wel mensen figureren. Zij zijn degenen die de stand inrichten of ontmantelen. Handelingen die erg op elkaar lijken, alleen door minuscule aanwijzingen van elkaar te onderscheiden, zoals de rode stickertjes van 'verkocht'. (zie foto)

Dit verhaal stond woensdag 16 oktober in de Leeuwarder Courant.